Ga direct naar de inhoud

U bent hier:

Algemene voorwaarden en Leveringsvoorwaarden

Wij leveren uitsluitend op basis van onderstaande algemene voorwaarden. U kunt deze inzien door op de onderstaande link te klikken. Wanneer u een bestelling bij ons plaatst geeft u aan deze voorwaarden te hebben gelezen en akkoord te zijn met de inhoud.

Mochten er vragen zijn, of opmerkingen naar aanleiding van een verhuizing, neem gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

De onderstaande documenten zijn in PDF en HTML formaat. Heeft u Adobe Reader? Die kunt u downloaden als uw computer al geen document lezer heeft.

Algemene Vervoer- en Verhuisvoorwaarden - Op Maat Verhuizingen en Transport

In onderstaande voorwaarden betekenen de woorden: "vervoer en vervoerder", "verhuizing en verhuizer hetzelfde.

1. Indeling der vervoerovereenkomsten:

  1. Vervoer in Nederland:
    vigerende Nederlandse wet op binnenlands vervoer van toepassing. Bij geschillen is de rechtbank waar Op Maat Verhuizingen is gevestigd bevoegd.
  2. Verhuizing in Nederland:
    partijen verklaren uitdrukkelijk dat de vigerende Nederlandse Wet op binnenlands vervoer hoger vermeld ook op verhuizingen van toepassing is. Bij geschillen is de rechtbank waar Op Maat Verhuizingen is gevestigd bevoegd.
  3. Vervoer waarbij "het buitenland" wordt aangedaan:
    CMR - verdrag van toepassing.
  4. Vervoerovereenkomst betreffende een verhuizing waarbij het "buitenland wordt aangedaan":
    de vigerende Nederlandse Wet op de vervoerovereenkomst wordt van toepassing gemaakt door partijen bij onderhavige overeenkomst. Bij geschillen is de rechtbank waar Op Maat Verhuizingen is gevestigd bevoegd.

2. Werkingssfeer:

  1. Deze algemene voorwaarden voor vervoer en verhuizingen zijn van toepassing op: consumentenverhuizingen binnen een gebouw, dan wel op consumentenverhuizingen waarbij sprake is van vervoer uitsluitend over de weg, dan wel op consumentenverhuizingen waarbij sprake is van een combinatie daarvan en voor zover deze binnen, vanuit of naar Nederland plaats vinden. Hiermee wordt gelijkgesteld het verplaatsen van een verhuisboedel in eenzelfde gebouw of binnen eenzelfde entiteit. Mocht het verhuizen gepaard gaan met prestaties die in sé geen vervoer per verhuiswagen inhouden - zoals laden, lossen, inpakken, uitpakken van verhuisboedel, het uit elkaar nemen en het terug opslaan van de meubelen - dan doet dit geen afbreuk aan het feit dat de overeenkomst in haar geheel een vervoersovereenkomst van verhuisboedel is en niet in verschillende overeenkomsten kan opgedeeld worden. Een voorbereiding of een gevolg van een te verrichten boedelverhuizing wordt beschouwd als een onderdeel van de vervoerovereenkomst.
  2. Deze voorwaarden zijn niet van toepassing op verhuizingen in opdracht van een derde, die tegen de wil van de eigenaar van de verhuisgoederen plaatsvinden (huisuitzettingen)
  3. Deze algemene voorwaarden zijn niet van toepassing op verhuizingen van bedrijven. Voor bedrijfsverhuizingen werkt Op Maat Verhuizingen en Transport uitsluitend volgens Algemene Voorwaarden voor Bedrijfsverhuizingen (AVB)
  4. Indien in verband met de binnenlandse verhuizing eveneens opslag c.q. bewaarneming van de verhuisgoederen plaatsvindt, dan zijn daarop van toepassing de Algemene Voorwaarden voor Bewaarneming Verhuisgoederen 2000 (AVBV 2000) of de Algemene Voorwaarden welke opgesteld zijn binnen een zogeheten (Self) Storage Opslag faciliteit, in welk geval deze voorwaarden zijn meegezonden met de offerte dan wel uiterlijk bij het sluiten van de bewaarnemings overeenkomst aan de klant ter hand zijn gesteld. Voorts zullen op eerste verzoek de voorwaarden van de dan betreffende aanbieder worden toegezonden. Op Maat verhuizingen treed op het gebied van opslag c.q. bewaarneming alleen op als bemiddelaar en draagt geen enkele verantwoordelijkheid voor het verblijf van uw goederen in een zogeheten opslag faciliteit. De contracten worden gesloten op naam en voor rekening van de klant.

3. Vooraf vertrekken van informatie door partijen:

De verhuizer wijst de klant erop dat, de verhuisgoederen tijdens de verhuizing niet automatisch volledig verzekerd zijn, maar dat de verhuizer wel zijn aansprakelijkheid heeft verzekerd tot het in artikel 15 aangegeven bedrag;

  1. de klant kan de verhuizer verzoeken - door dit aan te geven op de offerte - om voor rekening van de klant een afzonderlijke verzekering af te sluiten die de risico's dekt waarvoor de verhuizer niet aansprakelijk is en overhandigt aan de klant de daartoe geëigende informatie;
  2. partijen overeen kunnen komen, dat de maximale contractuele aansprakelijkheid van de verhuizer uit deze overeenkomst tegen vergoeding verhoogd zal worden tot een nader aan te geven bedrag per inboedel;
  3. de klant, schriftelijk en tegen een vergoeding, het bedrag van een bijzonder belang bij de aflevering kan vaststellen voor het geval van verlies of beschadiging van het verhuisgoed en voor overschrijding van een overeengekomen termijn van aanvang of einde van de verhuizing;
  4. de verhuizer zal meewerken aan de aanvullingen genoemd in dit lid sub b, c en/of d, mits deze aanvullingen bij de eigen verzekeraar van de verhuizer op redelijke voorwaarden verzekerbaar zijn.

3.2 Klant moet de verhuizer kennis geven van:

  1. alle voorwerpen, waarvan de aanwezigheid een bijzonder risico van beschadiging van de verhuisgoederen of de bedrijfsuitrusting oplevert;
  2. alle voorwerpen van technische aard, waarvoor door de fabrikant aan de gebruikers speciale vóór de aanvang van het vervoer te treffen beveiligingsmaatregelen bekend zijn gemaakt;
  3. alle voorwerpen van bijzondere aard, onderworpen aan speciale voorschriften van binnen- en of buitenlandse instanties, zoals bijvoorbeeld voorwerpen van edelmetaal, edelstenen, kunstvoorwerpen, waardevolle verzamelingen, vuurwapens, enz.; Andere zaken die voor de verhuizer van belang zijn om te weten ten behoeve van de verhuizing.

4.1 Als methode om de verhuisprijs te berekenen wordt overeengekomen:

  1. een all-in prijs (methode aanneming van werk), waarvoor de verhuizing volledig wordt uitgevoerd met inbegrip van de omzetbelasting en de overeengekomen elementen en werkzaamheden genoemd in het tweede lid van dit artikel doch met uitsluiting van de onvoorziene uitgaven bedoeld in het derde lid;
  2. een regieprijs, berekend op basis van vooraf overeengekomen tarieven per volume en/of afstand en/of tijdsduur steeds met een minimum van 3 uur.
  3. overeengekomen prijs per uur, per kilometer, of een vaste prijs voor de (vracht) wagens, materiaal en/of arbeiders.

4.2 De verhuisprijs wordt mede bepaald door de volgende elementen en werkzaamheden van de verhuizer voor zover zij in de verhuisovereenkomst zijn overeengekomen:

  1. het vervoer inclusief het laden en lossen van de verhuisgoederen;
  2. het in- en uitpakken van in kisten of dozen te vervoeren goederen en het uit elkaar nemen en weer in elkaar zetten van meubelstukken; het afnemen, opnemen, loskoppelen, plaatsen of ophangen van lampen, gordijnen, vloerbedekking, fornuizen, haarden, sanitair en wat verder aan of op plafonds, muren, vloeren en daken is bevestigd, het de- en monteren van een waterbed, etc.
  3. de premies voor de verzekeringen die vallen buiten de standaard dekking zoals bedoeld in artikel 15.

4.3 In de verhuisprijs zijn niet begrepen:

de kosten voor het gebruik van ponten en veren, te betalen tolgelden, parkeerontheffingen en vergunningen, parkeerboeten, grens- en douanekosten en in redelijkheid gemaakte kosten voor het treffen van niet te voorziene maatregelen tot het behoud of de aflevering van de verhuisboedel.

4.4 De verhuisprijs wordt verhoogd:

als de klant aan de verhuizer andere kosten is verschuldigd volgens deze voorwaarden in verband met meerwerk. Onder meerwerk wordt in deze voorwaarden verstaan het verhuizen van meer m3’s dan in de offerte is overeengekomen danwel het op later verzoek van de klant door de verhuizer te verrichten werkzaamheden, welke niet bij het sluiten van de verhuisovereenkomst zijn overeengekomen. De verhuisboedel in ruime zin anders blijkt te zijn dan het geen wat door de klant is geschetst. Onder meerwerk wordt ook verstaand de extra tijd of mankracht die de verhuizer nodig heeft door onvoorziene omstandigheden waarin in de offerte geen rekening mee is gehouden. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan een kapotte binnenlift en oponthoud / hinder (ruime zin van het woord) welke de normale uitvoer van uw verhuizing vertraagd.

5. De verhuizer is niet verantwoordelijk bij:

niet voorzienbare gevallen of ingeval van overmacht, zoals brand, oorlog, revolutie, oproer, staking, epidemie, bliksem, overstroming, sneeuw, ijs, onweer, op houding vanwege douane en andere mogelijkheden, onvolledige afronding verhuizing indien de verhuizer de inschatting maakt dat er bij de feitelijke afronding een onveilige situatie zal ontstaan waaruit ook verdere schade kan volgen, op houding vanwege technische storing of materieel uitval indien daardoor kosten zouden ontstaan om te belangen van de klant te vrijwaren, zal deze de kosten volledig moeten terugbetalen.

6. Sluiten van de overeenkomst:

De offerte wordt schriftelijk uitgebracht. In de offerte worden in ieder geval vermeldt: de door de verhuizer te verrichten werkzaamheden, de prijs van die werkzaamheden (inclusief BTW), het moment en de wijze van betaling, en voor zover bekend de datum en het aanvangstijdstip van de verhuizing.

Het verzekert bedrag van de verhuisboedel bedraagt maximaal € 70.000. Indien het verzekerde bedrag de waarde van de verhuisboedel niet dekt dient de klant dit schriftelijk aan te geven aan Op Maat Verhuizingen. Op Maat Verhuizingen zal voor rekening van de klant de verzekerde waarde verhogen wanneer de verzekeraar met deze verhoging instemt.

De offerte blijft onherroepelijk tot 15 dagen na offerte datum tenzij anders schriftelijk is overeengekomen. De verhuisovereenkomst is tot stand gekomen zodra de klant schriftelijk heeft laten weten de offerte van Op Maat Verhuizingen & Transport te accepteren dan wel op het moment, dat de overeenkomst door beide partijen is ondertekend, indien geen offerte is uitgebracht.

De verhuisovereenkomst komt eveneens tot stand zodra de klant daadwerkelijk verhuisgoederen aan de verhuizer ter verhuizing ter beschikking heeft gesteld. In dat geval heeft de verhuizer, indien er geen verhuisprijs is overeengekomen, er recht op een verhuisprijs vast te stellen naar redelijkheid en billijkheid.

6.2 Wijzigen, annuleren, opzeggen vervoer en/of verhuisovereenkomst:

Indien de klant afziet van het vervoer en / of verhuizing op de overeengekomen datum, zal hij aan de vervoerder, van rechtswege en zonder ingebrekestelling een schadevergoeding moeten betalen, gelijk aan 25 % van het bedrag van de aanneming. Bij annulering tot veertien respectievelijk zeven dagen voor de verhuisdatum bedraagt de schadevergoeding ten hoogste 50 respectievelijk 75 procent van de verhuisprijs. Bij annulering binnen zeven dagen voor de verhuisdatum is ten hoogste de volledige verhuisprijs verschuldigd. De annulering geschiedt uitsluitend door schriftelijke kennisgeving. De verplichtingen van de verhuizer eindigen op het ogenblik van ontvangst daarvan.

De aard van het vervoer en het feit van de diverse handelingen die ermee gepaard gaan, maken het normaliter niet mogelijk voorafgaandelijk te bepalen hoelang de verhuizing zal duren. Wordt tijdens de loop van de verhuizing vastgesteld dat de verhuizing niet in een dag kan beëindigd worden of dat een vrachtwagen niet voldoende volume kan bevatten voor de verhuisboedel, dan kan hieromtrent geen enkele fout of tekortkoming gelegd worden op de vervoerder. De verhuizing wordt 's anderdaags of later voortgezet of – naar keuze van de vervoerder – wordt een tweede vrachtwagen ingezet, dit alles op kosten van de klant. Toeval en overmacht en bepaalde onvoorziene gevallen brengen in beginsel de onmogelijkheid tot uitvoering van de overeenkomst met zich mee.

6.3 Wijzigen, annuleren, opzeggen verhuisovereenkomst met opslag:

Hierbij gelden de voorwaarden als genoemd in punt 6.2 voor zover deze hierop van toepassing zijn. De klant dient de gehuurde opslagruimte minimaal 1 maand voor beëindiging schriftelijk op te zeggen. Wanneer de overeenkomst alleen opslag betreft zonder een verhuizing wordt bij beëindiging voor de datum van uitvoer 1 maand aan huur in rekening gebracht.

7. Wat dient u zelf in te pakken en is voor eigen risico:

De persoonlijke goederen en het ondergoed moeten worden ingepakt door de klant zelf, alsook zaken waaraan er persoonlijk veel waarde wordt aan gegeven zoals, bont, juwelen, collectie boeken, postzegels, zilveren en gouden voorwerpen, en andere verzamelingen. De risico's, het verlies of de schade ervan vallen volledig ten laste van de klant. De vervoerder draagt geen verantwoordelijkheid voor eventuele schade aan de verhuisboedel wanneer de klant de goederen zelf ingepakt heeft. Het zelf inpakken door de klant staat vast – zonder de mogelijkheid van tegenbewijs – zo de vervoersovereenkomst of vervoerdocument een onkostenstaat vermeldt voor verpakking en een van deze documenten onderschreven is door de klant. Heeft de vervoerder zelf ingepakt dan moet de klant zelf het inpakken door de vervoerder bewijzen. De vervoerder mag het tegenbewijs leveren met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, inclusief personeel.

8. Informatie naar verhuizer over de gehele verhuissituatie:

De klant moet een nauwkeurige beschrijving geven van de panden, of er een lift is, en of die mag gebruikt worden, of de trappen voldoende breedte hebben om niets van de goederen te schenden, of het gebouw nog in aanbouw is, dit om toe te laten het nodige materiaal mede te brengen, alle gevolgen van het verzwijgen, de nalatigheid of vergissing te dien opzichte van de klant, vallen te zijner laste. Indien er moeilijkheden zijn om het pand te bereiken met bepaalde wagens moet de klant dit ook kenbaar maken.

9. Aansprakelijkheid klant:

De klant is gehouden alle naar behoren in orde zijnde documenten, die noodzakelijk zijn voor de verzending of ontvangst, en de douaneformaliteiten aan de vervoerder te overhandigen of af te leveren; indien nodig zal hij zich persoonlijk bij de douane aanbieden op eerste aanvraag. Behoudens tegenstrijdig beding worden de douaneformaliteiten door de vervoerder of zijn mandataris volbracht voor de klant op diens kosten. De klant draagt er de volledige verantwoordelijkheid voor zowel tegenover de administratie als tegenover de vervoerder, of tegenover elke eventuele derde. Hij alleen draagt alle gevolgen die mochten voortvloeien uit valse, onvoldoende, laattijdige of bij vergissing verkeerd verstrekte inlichtingen en/of documenten; hierin begrepen de vergoeding van de vervoerder voor alles wat deze hierdoor zou te betalen hebben.

De klant zal de verhuizer op diens eerste verzoek vrijwaren ingeval de verhuizer door derden buiten overeenkomst wordt aangesproken ter zake van schade dan wel financieel nadeel, - strafrechtelijke boetes daar onder begrepen -, op enigerlei wijze verband houdend met de uitvoering van de verhuisovereenkomst door de verhuizer, diens ondergeschikten en hulppersonen, indien deze schade het gevolg is van handelen of nalaten van de klant in strijd met enig wettelijk voorschrift, zoals ten aanzien van het zich in de inboedel wederrechtelijk bevinden van verdovende middelen, pornografische lectuur, software zonder licentie e.d.

10. Gevaarlijke voorwerpen of producten:

Als de klant aan de verhuizer gevaarlijke voorwerpen of producten als bedoeld in de Wet Vervoer van gevaarlijke Stoffen ter hand stelt, moet de klant de verhuizer inlichten over de aard van het gevaar dat deze inhouden en de verhuizer de te nemen voorzorgsmaatregelen aangeven.

De verhuizer heeft het recht om gevaarlijke voorwerpen of producten, waarover hij bij het sluiten van de overeenkomst niet is geïnformeerd, niet te verhuizen.

De verhuizer heeft het recht om gevaarlijke voorwerpen of producten, waarover hij bij het sluiten van de overeenkomst niet is geïnformeerd, op iedere tijd en plaats uit te laden en om deze ongevaarlijk te (laten) maken of te (laten) vernietigen op kosten van de klant. Bovendien is de klant aansprakelijk voor de in alle redelijkheid gemaakte en toerekenbare kosten en schaden die uit het vervoer ervan voortkomen.

11. Gebruik verhuisdozen:

De verhuizer levert een naar zijn inzicht het benodigde aantal verhuisdozen welke gedurende de verhuizing gebruikt kunnen worden. Het gebruik van de verhuisdozen is gratis t/m 3 weken na de verhuizing. De klant dient de verhuizer zelf schriftelijk te informeren wanneer hij de verhuisdozen leeg heeft! Hierna zal er een afspraak worden gemaakt wanneer de verhuizer de dozen bij u kan ophalen. Het ophalen van de lege verhuisdozen geschiedt in overleg met als maatstaf de agenda van de verhuizer. De klant kan onder geen enkele voorwaarden de verhuizer verplichten de dozen op een specifieke datum op te halen. De klant is te allen tijde verantwoordelijk voor de geleende verhuisdozen dit tot het moment dat deze verhuisdozen worden opgehaald.

Als er gebruik wordt gemaakt van stickers op de verhuisdozen dienen deze binnen 14 dagen na de verhuizing verwijdert te worden. Indien de klant de verhuisdozen langer gebruikt dan de gestelde termijn dan bedragen de huurkosten € 0.25 per verhuisdoos per week. Mocht het om wat voor reden dan ook niet mogelijk zijn de verhuisdozen binnen 6 weken na de verhuizing te retourneren, geeft dit van rechtswege en zonder ingebrekestelling recht op het betalen van de verkoopprijs van de verhuisdozen vermeerderd met de huurkosten. Dozen welke tijdens de verhuizing (gedeeltelijk) kapot gaan en dus niet meer te gebruiken zijn komen voor rekening van de klant.

12. Betaling:

De klant dient de verhuisprijs bij de verhuizing à contant te betalen bij de aanbieding van de factuur en tegen overhandiging van een kwitantie door de verhuizer.

Indien de verhuizer bij aanbieding van de factuur blijkt, dat de klant zijn verplichting tot contante betaling niet voldoet of gaat voldoen, is hij gerechtigd de verhuizing op te schorten. Het bepaalde in artikel 8: 1194 lid 2 BW is in dat geval van overeenkomstige toepassing.

Indien bij het sluiten van de verhuisovereenkomst schriftelijk is overeengekomen, dat betaling anders dan à contant zal plaatsvinden, maar geen betalingstermijn is afgesproken, dient betaling binnen veertien dagen na de ontvangst van de factuur te geschieden.

Indien de klant aan het in lid 1 van dit artikel gestelde NIET voldoet is een conventionele rente van 10% verschuldigd. Tevens is dan van rechtswege en zonder ingebrekestelling een conventioneel schadebeding van 15% verschuldigd, met een minimum van € 75, - vermeerdert met de alle door de verhuizer in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijk incassokosten.

Indien de opdrachtgever niet dezelfde is als degene wiens verhuisgoederen onderwerp zijn van de verhuisovereenkomst, maakt de verhuizer met de opdrachtgever afzonderlijke afspraken over de betaling van de uit de verhuisovereenkomst voortvloeiende kosten, evenals over de aflevering als de eigenaar van de verhuisgoederen daartoe zelf niet bereikbaar is.

Als de opdrachtgever zijn betalingsverplichtingen niet nakomt, is de eigenaar van de verhuisgoederen aansprakelijk voor de betaling van de verhuiskosten. De klant is verplicht de volledige verschuldigde som te betalen voor het vervoer en mag in geen enkel geval een deel of geheel de som afhouden voor schade die gebeurd is tijdens de verhuizing.

14. Schademelding:

Tijdens uw verhuizing dient u te kijken of uw goederen goed zijn overgekomen. Schade dient onmiddellijk tijdens de verhuizing aan de verhuizer te worden gemeld, bij gebreke waarvan de verhuizer wordt geacht de verhuizing zonder direct waarneembare schade te hebben uitgevoerd. Indien de schade wordt gegrond dan maakt de verhuizer een aantekening van de schade waarvan u ook een exemplaar ontvangt.

15. Schadevergoeding:

De schadevergoeding die de verhuizer op grond van een door hem aangegane verhuisovereenkomst is verschuldigd wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van die verhuisovereenkomst rustende verplichtingen tenzij het niet-nakomen is veroorzaakt door een omstandigheid die de verhuizer niet heeft kunnen vermijden of voor zover hij de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.

  1. Indien de verhuizer in één en dezelfde overeenkomst op zich neemt meer dan één inboedel te verhuizen, is zijn in het eerste lid bedoelde aansprakelijkheid beperkt tot een bedrag van € 70.000, - per inboedel.
  2. De klant heeft te allen tijde een eigen risico van € 250,- . Indien er voor een verhuizing gebruik wordt gemaakt van een verhuislift bestaat er een verhoogd eigen risico van € 1500,-.
  3. bij totaal verlies of vermissing een vergoeding gelijk aan de waarde die het betrokken verhuisgoed zou hebben gehad op het tijdstip waarop en op de plaats waar het had moeten worden afgeleverd, vermeerderd met eventuele kosten die direct verband houden met de schade;
  4. bij gedeeltelijk verlies of beschadiging een vergoeding die ter keuze van de klant bestaat uit:
    1. een redelijk bedrag voor herstel van het beschadigde verhuisgoed;
    2. een bedrag gelijk aan de waarde die het verhuisgoed zou hebben gehad op het tijdstip waarop en de plaats waar het goed had moeten worden afgeleverd, verminderd met de restwaarde van het verhuisgoed bij de aflevering, alsmede met eventuele besparingen aan de zijde van de klant. Herstel van beschadigingen of vervanging van gedeeltelijk verloren gegane dan wel vermiste goederen mag eerst plaatsvinden, nadat tussen de klant en de verhuizer overeenstemming is bereikt over het bedrag van de schade of nadat de schade voldoende is gedocumenteerd.

15. Overig:

De klant moet gedurende de gehele verhuizing aanwezig zijn, ook tijdens de tijden die besteed zijn aan rust en maaltijden.

Indien de klant een inventaris wil laten opmaken, vallen de kosten voor het opmaken ervan ten laste van de klant. Douanerechten, accijnzen, waarborg en andere kosten vallen ten laste van de klant. Bij aansprakelijkheid boven voorgenoemd bedrag is de klant zelf gehouden om in overleg met de verhuizer een aparte verzekering met een hogere dekking aan te gaan, waarbij de daaruit voortvloeiende premie voor rekening van de klant komt.

Indien een volledige afronding van de verhuiswerkzaamheden niet mogelijk is blijft de klant hiervoor aansprakelijk. Als voorbeeld kunt hierbij onder andere denken aan een (maatwerk) kast welke op de begane grond stond in de oude woning en in de nieuwe woning naar de eerste etage verplaatst moet worden, maar eenmaal in de nieuwe woning aangekomen deze kast niet op een normale en dus veilige manier naar boven verhuist kan worden. Op Maat Verhuizingen kan u wel indien gewenst voorzien van advies over hoe verder te handelen.

BIJZONDERE VOORWAARDEN "VERHUIZINGEN"

  1. De verzekering neemt aanvang op het ogenblik waarop de voorwerpen ten huize van de verzekerde worden ingepakt voor de in de polis aangeduide reis en loopt zonder risico- onderbreking door tot bij het uitpakken op de eindbestemming. Gedurende de periodes tussen het ogenblik waarop het inpakken wordt beëindigd en het ogenblik, waarop het laden begint, evenals tussen het ogenblik waarop het lossen word beëindigd en het ogenblik waarop het uitpakken begint dragen de verzekeraars van deze polis geen risico.
  2. De voorziene transporten zijn verzekerd zonder onderbreking van het risico (behalve wanneer de onderbreking door de verzekerde zelf gebeurt) ongeacht de duur van de reis of van het verblijf op de openbare weg of op de koersen van hem die door de ondernemer van verhuizingen werd belast of van zijn bemiddelaars, dit alles tijdens het regelmatige verloop en op de normale reisroute en met inbegrip van het brandrisico.
  3. De verzekering wordt verleend onder toepassing van de volledige voorwaarde die de integrale terugbetaling regelen van de schade ontstaan door averij, brand, braak, verlies, diefstallen en kosten, hoe klein ook, met inbegrip van de risico's bij het laden, het lossen of het overladen, de behandeling vanaf de flat tot aan de wagen en vanaf de wagen tot aan de flat bij middel van katrollen, riemen, takels, liften of het dragen op de rug, de katrollen, takels, enz. mogen toebehoren aan derden die buiten de zaak gesteld worden bij ongeval.
  4. Schade veroorzaakt door het wrijven tegen de meubels (schrammen en krassen) te wijten aan de engheid van de trappenhuizen en van de toegangs- en uitgangsdeuren van de woningen is uitdrukkelijk van de dekking uitgesloten, omdat die schade niet aan het vervoer kan worden toegeschreven. Schade aan deurposten en muren welke zijn ontstaan tijdens het verhuizen van meubels op verzoek van de klant zijn uitgesloten van de verzekering en komen geheel voor eigen risico van de klant.
  5. Behoudens tegenstrijdig beding, mag de afzonderlijke waarde van de bijzonder aan de braak blootgestelde voorwerpen of goederen niet meer dan 10 % (tien procent) bedragen van de totale verzekerde waarde.
  6. De verzekering draagt op al de voorwerpen die het meubilair van een gezin vormen, met inbegrip van het linnengoed, de persoonlijke voorwerpen, boeken, schilderijen, snuisterijen en andere, met uitsluiting van gouden- en/of zilveren voorwerpen, edelmetalen, papieren geld, titels, verzamelingen van postzegels, oude muntstukken, lucifers, patronen, benzine, gevaarlijke grondstoffen en vloeistoffen, accumulatoren en elektrische- of gloeilampen van allerlei slag. Iedere beschadiging die het gevolg is van het vervoer van de bedoelde voorwerpen mag evenwel in de verzekering begrepen worden.
  7. De risico's van oorlog, staking en oproer zijn van de verzekering uitgesloten.
  8. Bij averijschade is de maatschappij alleen verplicht de herstellingskosten te vergoeden voor zover eventueel het herstel mogelijk wordt geacht door de bevoegde experts. De verzekeraars kunnen nooit verplicht worden tot schadevergoeding wegens waardevermindering van de herstelde goederen of gebruiksderving.

Naar boven ↑

Algemene Voorwaarden Bewaarnemingen Verhuisgoederen (AVBV)

AV CZ/14 april 2000

De Algemene Voorwaarden van de Samenwerkende Vakafdelingen Verhuizen en Meubeltransport (SAVAM) zijn tot stand gekomen in april 2000 in overleg met de Consumentenbond in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg (CZ) van de Sociaal-Economische Raad en treden in werking per 1 juli 2000. De CZ stelt het op prijs indien zulks bij een citaat uit deze Algemene Voorwaarden vermeld wordt.

Artikel 1 — Definities

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

  1. klant:
    de bewaargever, degene die verhuisgoederen in bewaring geeft;
  2. bewaarnemer:
    degene die beroepsmatig verhuisgoederen in bewaring neemt;
  3. bewaarnemingsovereenkomst:
    de overeenkomst waarin de bewaarnemer zich tegenover de klant verbindt de verhuisgoederen die de klant hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven;
  4. verhuisgoederen:
    zaken die zich in een, al dan niet, overdekte ruimte bevinden en die tot de stoffering, meubilering of inrichting van die ruimte bestemd zijn en als zodanig reeds zijn gebruikt;
  5. bergplaats:
    een schone en droge ruimte die geschikt is om er verhuisgoederen te bewaren;
  6. inventarislijst:
    een, door de klant en de bewaarnemer ondertekende, lijst waarop de in bewaring gegeven verhuisgoederen en de zichtbare gebreken daaraan zijn vermeld.

Artikel 2 — Werkingssfeer

Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op een overeenkomst tot bewaarneming van verhuisgoederen.

Partijen kunnen overeenkomen deze voorwaarden te laten gelden voor bij de verhuisgoederen behorende zaken, zoals auto's, boten en caravans.

Artikel 3 — Vooraf verstrekken van informatie door partijen

  1. De bewaarnemer wijst de klant erop dat de klant kennis moet geven van zaken onder de in bewaring te geven verhuisgoederen die kennelijk gevaar op kunnen leveren voor de goederen die in de bergplaats worden bewaard, van zaken die een bijzondere zorg behoeven en desgewenst van de aanwezigheid van waardevolle papieren, voorwerpen van edelmetaal of geldswaardige papieren.
  2. De bewaarnemer heeft het recht goederen die voor zijn bergplaats ongeschikt zijn te weigeren. In ieder geval worden niet in bewaring genomen: aan bederf onderhevige goederen, levensmiddelen, brandstoffen, ontplofbare stoffen en wapens.
  3. De bewaarnemer draagt er zorg voor, dat van elke bewaarneming bij het sluiten van de bewaarnemingsovereenkomst een inventarislijst zal worden opgemaakt, die als bijlage deel uitmaakt van de bewaarnemingsovereenkomst. Op de inventarislijst dient zo mogelijk de door de klant opgegeven waarde van één of meerdere in bewaring gegeven zaken worden aangegeven.

Artikel 4 — Bewaarloon

  1. Het bewaarloon, zijnde de prijs voor de bewaarneming, wordt bepaald aan de hand van het volume, gewicht of ruimtebeslag van de in bewaring te nemen verhuisgoederen, de zorg die volgens de bewaarnemingsovereenkomst aan deze goederen moet worden besteed en de periode waarop de bewaarneming betrekking heeft.
  2. De volgende kosten maken geen deel uit van het bewaarloon en worden afzonderlijk aan de klant in rekening gebracht:
    1. kosten die bij het afsluiten van de overeenkomst niet voorzienbaar waren maar die de bewaarnemer niettemin moet maken in verband met de overeengekomen zorg voor de in bewaring gegeven goederen of die hij moet maken om aan zijn zorgplicht te kunnen voldoen; slechts voorzover de oorzaak in de verhuisgoederen van de klant is gelegen. De bewaarnemer stelt de klant als dit mogelijk is vooraf op de hoogte van de te nemen maatregelen en de kosten;
    2. kosten verbonden aan het in ontvangst nemen en weer afgeven van de verhuisgoederen (in- en uitslagkosten).

Artikel 5 — Sluiten van een overeenkomst

  1. De offerte voor het in bewaring nemen van verhuisgoederen wordt zo mogelijk schriftelijk uitgebracht.
  2. In de, gedateerde, offerte wordt in ieder geval vermeld:
    1. de begindatum en zo mogelijk de einddatum van de bewaarneming of als dat niet mogelijk is de aanduiding van onbepaalde duur;
    2. het bewaarloon, de betalingswijze en de betaaltermijn;
    3. de kosten verbonden aan het in ontvangst nemen en weer teruggeven van de verhuisgoederen (in- en uitslagkosten);
    4. welke zorgmaatregelen de bewaarnemer zal treffen en de kosten van die maatregelen;
    5. de informatieverplichting die de partijen hebben volgens de algemene voorwaarden. Een exemplaar van deze voorwaarden wordt bij de offerte gevoegd. Tevens verstrekt de bewaarnemer algemene informatie omtrent de mogelijkheden van verzekering.
  3. De offerte blijft onherroepelijk tot veertien dagen na ontvangst.
  4. De bewaarnemingsovereenkomst is tot stand gekomen zodra de klant zo mogelijk schriftelijk heeft laten weten de offerte van de bewaarnemer te accepteren dan wel op het moment, dat de overeenkomst door beide partijen is ondertekend, indien geen offerte is uitgebracht.
  5. De bewaarnemingsovereenkomst komt eveneens tot stand zodra de klant daadwerkelijk verhuisgoederen aan de bewaarnemer in bewaring geeft. In dit geval heeft de bewaarnemer, indien er geen bewaarloon is overeengekomen, er recht op een bewaarloon vast te stellen naar redelijkheid en billijkheid.

Artikel 6 — Adreswijziging

  1. De klant is verplicht de bewaarnemer zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van wijzigingen van zijn adres.
  2. De bewaarnemer kan volstaan met het doen van alle mededelingen aan de klant, waartoe hij uit hoofde van de bewaarnemingsovereenkomst is gehouden, aan het hem laatst bekende adres.
  3. Bij afwezigheid van tenminste twee maanden van de klant dient de klant dit aan de bewaarnemer te melden en een contactpersoon of gemachtigde aan te wijzen.
  4. De bewaarnemer is niet aansprakelijk voor de schade die de klant lijdt, doordat de klant zelf niet aan de in dit artikel opgenomen verplichtingen van de klant heeft voldaan.

Artikel 7 — Annuleren

De klant mag de overeenkomst annuleren. Hij is de bewaarnemer daarvoor een schadevergoeding verschuldigd. Bij annulering binnen zeven dagen voor de begindatum van de bewaarneming bedraagt de schadevergoeding ten hoogste het bewaarloon van een maand.

Artikel 8 — Opzeggen van de overeenkomst door de klant

De klant kan een bewaarnemingsovereenkomst tussentijds opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.

  1. De klant is verplicht de in bewaring gegeven verhuisgoederen terug te nemen voor het verstrijken van de opzegtermijn tegen betaling van nog niet voldaan bewaarloon, alsmede van eventuele ten laste van de klant komende kosten. De teruggave vindt zo veel mogelijk plaats op het door de klant gewenste tijdstip.
  2. Na het verstrijken van de opzegtermijn liggen de in bewaring gegeven verhuisgoederen bij de bewaarnemer voor rekening en risico van de klant met dien verstande, dat de verplichting tot het betalen van bewaarloon blijft doorlopen tot het moment waarop de verhuisgoederen aan de klant zijn teruggegeven dan wel deze door de bewaarnemer zijn verkocht of vernietigd.

Artikel 9 — Opzeggen van de overeenkomst door de bewaarnemer

  1. De bewaarnemer kan een bewaarnemingsovereenkomst tussentijds opzeggen bij bedrijfsbeëindiging. Hij dient het opzeggen schriftelijk aan de klant te berichten met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden om hem voldoende tijd te geven om met een andere bewaarnemer een overeenkomst aan te gaan. Als de klant daartoe redelijkerwijs niet in staat is dient de bewaarnemer vervangende bewaarneming te regelen en de klant daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte te stellen.
  2. Indien na het verstrijken van de opzegtermijn door nalatigheid van de klant geen vervangende bewaarneming behoefde te worden geregeld, liggen de in bewaring gegeven verhuisgoederen bij de bewaarnemer voor rekening en risico van de klant. De verplichting tot het betalen van bewaarloon blijft doorlopen voor de duur van de vervangende bewaarneming of tot het moment waarop de verhuisgoederen aan de klant zijn teruggegeven dan wel deze door de bewaarnemer zijn verkocht of vernietigd.

Artikel 10 — Teruggave

  1. De bewaarde verhuisgoederen worden teruggegeven op het adres van de bergplaats, tenzij anders wordt overeengekomen.
  2. De bewaarde verhuisgoederen worden teruggegeven aan de klant met inachtneming van artikel 11.2. Als dit niet mogelijk is worden zij overhandigd aan degene die daartoe door de klant schriftelijk is gemachtigd. Als er geen gemachtigde is worden zij overhandigd aan degene die uit anderen hoofde dan de bewaarnemingsovereenkomst recht heeft op teruggave daarvan, tenzij daarop beslag is gelegd en uit de vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de beslaglegger voortvloeit.
  3. Bij tussentijdse teruggave van een deel van de in bewaring genomen verhuisgoederen, dient een door de bewaarnemer en de klant te ondertekenen lijst te worden opgesteld, waarop de teruggegeven goederen vermeld staan. De bewaarnemer kan van de klant een zekerheidsstelling verlangen voor de voldoening van het bewaarloon, wanneer de waarde van de nog niet teruggegeven goederen daartoe aanleiding geeft of overigens, wanneer hij gegronde redenen heeft te twijfelen aan tijdige betaling van het bewaarloon in de toekomst.
  4. De bewaarnemingsovereenkomst eindigt door het overlijden van de klant, wanneer de klant onder curatele wordt gesteld, aan hem/haar surseance van betaling is verleend danwel hij/zij in staat van faillissement komt te verkeren. Het bewaarloon is alsdan verschuldigd tot en met de maand volgende op de maand waarin betreffende gebeurtenis plaatsvond. De erfgenamen c.q. de curator of de bewindvoerder is/zijn verplicht de verhuisgoederen terug te nemen voor het einde van de periode waarover bewaarloon moet worden betaald. De artikelen 8, 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11 — Betaling

  1. Het bewaarloon en eventuele andere uit de overeenkomst voortvloeiende kosten moeten steeds per, door de klant en de bewaarnemer, overeengekomen periode worden betaald.
  2. Alle kosten die de klant verschuldigd is aan de bewaarnemer moeten voor teruggave van de verhuisgoederen zijn voldaan. De bewaarnemer heeft het recht van terughouding op de in bewaring genomen verhuisgoederen totdat de klant aan al zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan ter zake van de gesloten bewaarnemingsovereenkomst of een voorafgaande, tussen dezelfde partijen gesloten verhuisovereenkomst.

Artikel 12 — Betalingsachterstand, pandrecht en openbare verkoop

  1. Als de klant een achterstand heeft bij het voldoen aan zijn betalingsverplichtingen zoals deze uit de overeenkomst voortvloeien moet hij het verschuldigde bedrag na sommatie per omgaande betalen. Het oorspronkelijk verschuldigde bedrag wordt verhoogd met de wettelijke rente, gerekend vanaf de in de sommatie genoemde uiterste betalingsdatum tot de dag van ontvangst van het verschuldigde, en met alle door de bewaarnemer in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. De bewaarnemer moet de sommatie aangetekend aan de klant toe sturen aan het hem laatst bekende adres.
  2. Als de betalingsachterstand van de klant meer dan zes maanden bedraagt, gerekend vanaf de oorspronkelijke betalingsdatum, of deze betalingsachterstand de dagwaarde van de in bewaring genomen verhuisgoederen inclusief kosten van verkoop of ruiming overtreft, verkrijgt de bewaarnemer het recht de overeenkomst op te zeggen en tot openbare verkoop (pandrecht) van de verhuisgoederen over te gaan:
    1. als hij de klant, via een aangetekend schrijven gesommeerd heeft alsnog te betalen en
    2. als hij de klant bij deurwaardersexploit nogmaals heeft gemaand de verschuldigde kosten te voldoen. In het exploit dient vermeld te worden dat de bewaarnemer tot openbare verkoop zal overgaan als de genoemde termijn is verstreken. De openbare verkoop mag worden vervangen door een onderhandse verkoop, indien de te verwachten kosten van openbare verkoop meer zullen gaan bedragen dan de geschatte opbrengst van de verhuisgoederen.
  3. De bewaarnemer is verplicht de opbrengst van de verkochte verhuisgoederen, onder aftrek van de op grond van de overeenkomst verschuldigde kosten, de vanwege de betalingsachterstand verschuldigde kosten en de in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, aan de klant ter hand te stellen.

Artikel 13 — Verplichtingen van de bewaarnemer

  1. De bewaarnemer verplicht zich verhuisgoederen te bewaren en terug te geven, waarbij hij is gehouden de verhuisgoederen terug te geven in de staat waarin hij ze heeft ontvangen. Bij de bewaring moet de bewaarnemer de zorg van een goed bewaarder in acht nemen.
  2. De bewaarnemer is verplicht de klant gedurende de bewaarneming toegang te verschaffen tot de in bewaring genomen verhuisgoederen tegen vergoeding van de daaraan verbonden extra door de bewaarnemer te maken kosten en mits daaromtrent vooraf met de bewaarnemer een afspraak is gemaakt.

Artikel 14 — Aansprakelijkheid van de bewaarnemer

  1. Bij het niet nakomen van de op hem rustende verplichtingen is de bewaarnemer aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade, tenzij het niet-nakomen is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig bewaarnemer niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een bewaarnemer de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.
  2. De bewaarnemer kan zich niet van zijn aansprakelijkheid ontheffen met een beroep op:
    1. de gebrekkigheid van de bewaarplaats;
    2. de gebrekkigheid van het materiaal dat hij gebruikt.
    3. enig door toedoen van derden, wier handelingen niet voor rekening van de klant komen, aan de verhuisgoederen overkomen ongeval.
  3. De bewaarnemer is, mits hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan en behoudens tegenbewijs, niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van bijzondere risico's verbonden aan een of meer van de volgende omstandigheden:
    1. schade aan of verlies van de in bewaring genomen verhuisgoederen indien de schade of het verlies voortkomt uit eigen gebrek of eigen bederf van deze verhuisgoederen;
    2. schade aan zaken die niet door de bewaarnemer of zijn personeel zijn ingepakt, verpakt of uitgepakt en die niet te wijten is aan handelingen van de bewaarnemer of zijn personeel;
    3. schade veroorzaakt door het uitlopen van vloeibare stoffen uit lampen, flessen, vaten en dergelijke;
    4. schade aan elektrische, elektronische en mechanische apparatuur, uurwerken, barometers voor zover de schade uitsluitend samenhangt met de aard of de staat van de betrokken zaak;
    5. het aflopen van de foelie van spiegels of de beschadiging daarvan;
    6. schade aan de verhuisgoederen zoals door mot, houtworm of roest mits de overeengekomen zorgmaatregelen zijn uitgevoerd;
    7. schade die voortvloeit uit de aard van de in bewaring genomen zaken zelf, zoals bijvoorbeeld vers gepolitoerde of geschilderde meubelen, het loslaten van gips van geschilderde of vergulde spiegel- of schilderijlijsten, het loslaten van lijm van stukken van meubelen, het inwerken van de atmosfeer op pasteltekeningen, het ontstemmen van piano's, het achteruitgaan van de kwaliteit van informatiedragers zoals audio- en videobanden en dergelijke, mits de overeengekomen zorgmaatregelen zijn uitgevoerd;
    8. schade als gevolg van het verloren gaan van sleutels van meubelen, tenzij deze aan de bewaarnemer of zijn personeel werden overhandigd en hiervan blijkt uit de inventarislijst;
    9. schade als gevolg van het verloren gaan van zaken zoals bankpapier, munten en penningen, geldswaardig papier, edele metalen, edelgesteente, parels, documenten en postzegelverzamelingen als niet uit de inventarislijst of een ander door de klant en de bewaarnemer ondertekend document blijkt dat deze zaken daadwerkelijk in bewaring zijn gegeven.
  4. Wanneer de bewaarnemer bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het niet nakomen van de op hem uit hoofde van de in artikel 13 rustende verplichting een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer der hierboven in lid 3 genoemde bijzondere risico's, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit, onverminderd de bevoegdheid van de klant tot het leveren van tegenbewijs.

Artikel 15 — Schadevergoeding

  1. Voor zover de bewaarnemer aansprakelijk is wegens niet nakomen van zijn verplichtingen zoals genoemd in artikel 13 heeft de klant recht op een vergoeding welke als volgt is samengesteld:
    1. bij totaal verlies of vermissing een vergoeding gelijk aan de waarde die het betrokken verhuisgoed zou hebben gehad op het tijdstip waarop en de plaats waar het had moeten worden afgeleverd, vermeerderd met eventuele kosten die direct verband houden met de schade;
    2. bij gedeeltelijk verlies of beschadiging een vergoeding die ter keuze van de klant bestaat uit:
      • ⁃ een redelijk bedrag voor herstel van het beschadigde verhuisgoed;
      • ⁃ een bedrag gelijk aan de waarde die het verhuisgoed zou hebben gehad op het tijdstip waarop en de plaats waar het had moeten worden afgeleverd, verminderd met de restwaarde van het verhuisgoed bij de teruggave, alsmede met eventuele besparingen aan de zijde van de klant.
  2. De schadevergoeding, die de bewaarnemer op grond van een door hem aangegane overeenkomst tot bewaarneming van verhuisgoederen is verschuldigd wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van die overeenkomst rustende verplichtingen, is beperkt tot een bedrag van maximaal fl. 100.000,- per inboedel, tenzij partijen overeenkomen dat de maximale contractuele aansprakelijkheid van de bewaarnemer uit deze overeenkomst tegen vergoeding verhoogd wordt tot een nader aan te geven bedrag.

Artikel 16 — Aansprakelijkheid van de klant

  1. De klant moet de schade die de bewaarnemer heeft geleden als gevolg van door de klant in bewaring gegeven verhuisgoederen vergoeden, alsmede alle noodzakelijk gemaakte kosten van eventuele ontruiming, verkoop, betekening van deurwaardersexploten, en dergelijke.
  2. Indien de klant zijn verplichting niet is nagekomen als bedoeld in artikel 6, komen eventuele kosten die daarvan het gevolg zouden zijn ten laste van de klant.

Artikel 17 — Verzekering

  1. De bewaarnemer is verplicht verzekerd te zijn tegen zijn aansprakelijkheidsrisico's uit hoofde van de wet en deze voorwaarden.
  2. De bewaarnemer wijst de klant erop dat, teneinde verzekerd te zijn tegen risico's waarvoor de bewaarnemer niet aansprakelijk is:
    1. de klant zijn eigen inboedelverzekering gedurende de bewaarneming dient over te schrijven naar het adres van de bergplaats, dan wel
    2. de klant een tijdelijke opslagverzekering voor verhuisgoederen voor de bewaarnemingsperiode dient af te sluiten.

Artikel 18 — Schademelding

    1. Direct waarneembare schade dient bij of dadelijk na de teruggave aan de bewaarnemer te worden gemeld, bij gebreke waarvan de bewaarnemer wordt geacht de verhuisgoederen zonder direct waarneembare schade te hebben teruggegeven.
    2. Niet-direct waarneembare schade dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen veertien dagen na de teruggave aan de bewaarnemer te worden gemeld, bij gebreke waarvan de bewaarnemer wordt geacht de verhuisgoederen zonder niet-direct waarneembare schade te hebben teruggeven.
    3. Dadelijk na teruggave kan de klant op verzoek uitstel worden verleend van de in a. en b. van dit lid vermelde termijnen. Eventuele schade dient alsdan vóór het verstrijken van de uitsteltermijn te worden gemeld.
  1. De mogelijkheid tot het instellen van een vordering door de klant vervalt van rechtswege 1 jaar na de datum van teruggave.
  2. De schade-aangifte dient zo mogelijk schriftelijk te gebeuren.

Artikel 19 — Geschillen

  1. Geschillen tussen de klant en de bewaarnemer over de totstandkoming of uitvoering van de bewaarnemingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 sub c kunnen zowel door de klant als door de bewaarnemer worden voorgelegd aan de: Geschillencommissie Verhuizen, Surinamestraat 24 - 2585 GJ 's-Gravenhage.
  2. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien de klant zijn klacht eerst aan de bewaarnemer heeft voorgelegd.
  3. Nadat de klacht aan de bewaarnemer is voorgelegd dient het geschil uiterlijk drie maanden na het ontstaan daarvan schriftelijk bij de geschillencommissie aanhangig te worden gemaakt.
  4. Wanneer de klant een geschil voorlegt aan de Geschillencommissie, is de bewaarnemer aan deze keuze gebonden. Indien de bewaarnemer dit wil doen, moet hij de klant schriftelijk vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee akkoord gaat. De bewaarnemer dient daarbij aan te kondigen, dat hij zich na het verstrijken van voornoemde termijn vrij zal achten het geschil aan de gewone rechter voor te leggen.
  5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor haar geldende reglement. Het reglement van de geschillencommissie wordt desgevraagd toegezonden. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden bij wege van bindend advies. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.
  6. Uitsluitend de Nederlandse rechter dan wel de hierboven genoemde geschillencommissie is bevoegd van geschillen kennis te nemen.

Artikel 20 — Nakomingsgarantie

De SAVAM zal de verplichtingen van een lid tegenover de klant, hem in een bindend advies opgelegd door de Geschillencommissie Verhuizen, overnemen indien het lid deze verplichting niet binnen de daarvoor in het bindend advies gestelde termijn is nagekomen; een en ander tenzij het lid dat bindende advies binnen twee maanden na dagtekening daarvan ter toetsing aan de rechter heeft voorgelegd. Voor toepassing van deze garantie is vereist dat de klant een schriftelijk beroep hierop doet bij de SAVAM en de uitspraak van de geschillencommissie betrekking heeft op de toepassing van deze voorwaarden.

Artikel 21 — Wijzigingen

Wijzigingen in deze voorwaarden kunnen uitsluitend in overleg met de Consumentenbond tot stand komen. In geval van zodanige wijzigingen worden deze eerst van kracht twee maanden nadat de wijzigingen zijn gepubliceerd door de SAVAM, die de verplichting op zich neemt, zodra de wijzigingen zijn vastgesteld deze openbaar te maken. De SAVAM en de Consumentenbond zullen deze algemene voorwaarden in 2002 opnieuw evalueren.

Naar boven ↑

Algemene Voorwaarden voor Bedrijfsverhuizingen (AVB)

Artikel 1

Definities

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

  1. AVB:
    de Algemene Voorwaarden voor Bedrijfsverhuizingen, zoals laatstelijk vastgesteld door de Stichting Vervoeradres en gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam.
  2. Bedrijf:
    iedere onderneming of instelling al dan niet zelfstandig gevestigd, met of zonder winstoogmerk.
  3. Bedrijfsverhuizing:
    iedere overeenkomst tot verhuizing van zaken waartoe opdracht wordt gegeven door:
    1. een rechtspersoon
    2. een natuurlijk persoon in de uitoefening van een bedrijf dan wel een zelfstandig beroep
    3. een (Overheids)instelling
  4. Opdrachtgever:
    de contractuele wederpartij van de bedrijfsverhuizer.
  5. Bedrijfsverhuizer:
    degene die zich jegens de opdrachtgever heeft verbonden tot een bedrijfsverhuizing.
  6. Zaken:
    alle zaken die naar hun aard deel uitmaken van de inventaris van het bedrijf. Daartoe worden mede gerekend handelsvoorraden voor zover het transport daarvan uitsluitend geschiedt ingevolge de bedrijfsverhuizing en geen onderwerp vormt van een gesloten handelstransactie.
  7. Gevaarlijke stoffen:
    stoffen, waarvan de bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van goederen langs de weg (Trb, 1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van randnummer 10 011 niet overschrijden.
  8. Nevenwerkzaamheden:
    opgedragen werkzaamheden, niet overeengekomen bij het sluiten van de verhuisovereenkomst.
  9. Verhuisprijs:
    de financiële vergoeding voor de bedrijfsverhuizing.
  10. Inontvangstneming:
    het tijdstip waarop de zaken ter verpakking of (gedeeltelijke) demontage ter beschikking zijn gesteld dan wel ten vervoer ter beschikking zijn gesteld.
  11. Aflevering:
    het tijdstip waarop de zaken, na hen overeenkomstig artikel 5 lid 5 van deze voorwaarden te hebben uitgepakt of in elkaar gezet ter bestemming, op de daartoe mogelijkerwijs aangeduide plek zijn geplaatst.
  12. Overmacht:
    Een omstandigheid die een zorgvuldige bedrijfsverhuizer niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een bedrijfsverhuizer de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.
  13. Vertraging:
    wanneer de zaken niet zijn afgeleverd binnen de bedongen termijn of bij gebreke van zulk een termijn, wanneer de werkelijke duur van de bedrijfsverhuizing meer tijd vergt dan een vakbekwame bedrijfsverhuizer redelijkerwijs behoort te worden toegestaan.
  14. CMR:
    verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Genève 1956).

Artikel 2

Werkingssfeer

  1. Behoudens dwingend recht zijn op bedrijfsverhuizingen binnen Nederland deze algemene voorwaarden van toepassing.
  2. Op grensoverschrijdende bedrijfsverhuizingen is het CMR van toepassing alsmede de met het CMR niet strijdige bepalingen van deze algemene voorwaarden.
  3. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 en 2 zijn, in aanvulling daarop de niet met deze voorwaarden strijdige bepalingen van Boek 8 titel 13 Afdeling 4 Verhuisovereenkomst Burgerlijk Wetboek van toepassing en dit, in afwijking van het bepaalde in artikel 8: 1170 lid 3 BW, ongeacht de aard van de te verhuizen zaken.

Artikel 3

Verplichtingen van de opdrachtgever

De opdrachtgever is verplicht:

  1. Vroegtijdig alle informatie en gegevens te verstrekken, waarvan hij weet dan wel behoort te weten dat zij voor de bedrijfsverhuizer van belang zijn, aan de hand waarvan de bedrijfsverhuizer zich een juist beeld kan vormen van de bedrijfsverhuizing qua volume, gewicht en de behandeling der zaken alsmede de tijdsduur. De bedrijfsverhuizer is gerechtigd de juistheid van de verstrekte gegevens te onderzoeken.
  2. De bedrijfsverhuizer schriftelijk in te lichten over het gewicht van zeer zware zaken zoals brandkasten en machines en de maximaal toegestane vloerbelasting van het pand waarin een dergelijk object moet worden geplaatst alsmede de maximaal toegestane vloerbelasting van het traject waarover het object in het pand dient te worden verplaatst.
  3. Er voor zorg te dragen dat de bedrijfsverhuizer vroegtijdig in het bezit is van alle gegevens en bescheiden betreffende de voorgenomen bedrijfsverhuizing die van de zijde van de opdrachtgever ingevolge wettelijke voorschriften vereist zijn, zoals douane- voorschriften en voorschriften met betrekking tot het vervoer en de behandeling van gevaarlijke stoffen.
  4. De bedrijfsverhuizer te vrijwaren voor vorderingen van derden die het gevolg zijn van het niet nakomen van de verplichtingen van de opdrachtgever, die voortvloeien uit deze voorwaarden.
  5. Er voor zorg te dragen dat:
    1. de te verhuizen zaken op de overeengekomen plaats en tijd aan de bedrijfsverhuizer ter beschikking worden gesteld;
    2. de bedrijfsverhuizer een efficiënte uitvoering van de bedrijfsverhuizing mogelijk wordt gemaakt;
    3. het ter bestemming achtergebleven en aan de bedrijfsverhuizer toebehorend emballagemateriaal binnen de in de overeenkomst bepaalde termijn en bij afwezigheid daarvan binnen de termijn van één maand, aan de bedrijfsverhuizer wordt teruggezonden.
  6. De extra kosten te vergoeden, indien een overeenkomstig artikel 5 lid 2 geplaatste zaak, op aanwijzing van de opdrachtgever moet worden herplaatst.

Artikel 4

Aansprakelijkheid van de opdrachtgever

  1. De opdrachtgever is, naast zijn wettelijke aansprakelijkheid op grond van de artikelen 6: 170 en 6: 171 BW aansprakelijk voor de daden en nalatigheid van alle personen van wie hij zich voor de uitvoering van de bedrijfsverhuizing bedient, voor zover deze handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.
  2. Indien de opdrachtgever niet aan zijn verplichtingen als vermeld in artikel 3 heeft voldaan, dient deze de hieruit voortvloeiende schade aan de bedrijfsverhuizer te vergoeden.
  3. Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel kan de bedrijfsverhuizer de bedrijfsverhuisovereenkomst opzeggen, indien de opdrachtgever in het geheel niet aan zijn verplichtingen, als vermeld in artikel 3 lid 5 sub a, heeft voldaan. Deze opzegging mag pas plaatsvinden, nadat de bedrijfsverhuizer de opdrachtgever schriftelijk of mondeling een uiterste termijn heeft gesteld en de opdrachtgever bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Indien door het stellen van een dergelijke termijn de exploitatie van zijn bedrijf op onevenredige wijze zou worden verstoord, kan de bedrijfsverhuizer ook zonder dat tot opzegging overgaan.
  4. De opzegging krachtens het voorgaande lid geschiedt door mondelinge of schriftelijke kennisgeving en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.
  5. Indien de opdrachtgever op de overeengekomen plaats en tijd slechts een gedeelte van de te verhuizen zaken ter beschikking heeft gesteld, dient de bedrijfsverhuizer op verzoek van de opdrachtgever de ter beschikking gestelde zaken te verhuizen tegen betaling van de al overeengekomen verhuisprijs onder aftrek van de door de bedrijfsverhuizer bespaarde kosten.
  6. Indien de opdrachtgever niet aan zijn verplichting als vermeld in artikel 3 lid 5 sub c heeft voldaan wordt de schade, in de zin van lid 2 van dit artikel, de nieuwwaarde van het emballagemateriaal geacht te zijn.

Artikel 5

Verplichtingen van de bedrijfsverhuizer

De bedrijfsverhuizer is verplicht:

  1. de te verhuizen zaken, met inachtneming van het bepaalde in lid 5 van dit artikel, op de overeengekomen plaats en tijd in ontvangst te nemen.
  2. de te verhuizen zaken ter bestemming af te leveren op de door de opdrachtgever aan te wijzen plaats en wel in de staat, waarin zij hem uit hoofde van lid 5 van dit artikel ter verpakking of demontage, dan wel ten vervoer ter beschikking zijn gesteld.
  3. de te verhuizen zaken te laden en te lossen.
  4. een aangevangen bedrijfsverhuizing zonder vertraging te voltooien.
  5. indien dat schriftelijk is overeengekomen, de zaken die, gelet op hun aard en/of de wijze van vervoer, uit elkaar genomen behoren te worden en/of ingepakt behoren te worden, uit elkaar te nemen en of in te pakken en ter bestemming uit te pakken en/of in elkaar te zetten.
  6. tegen vergoeding van de daaruit voortvloeiende meerkosten alle nevenwerkzaamheden te verrichten tenzij hierdoor de exploitatie van zijn bedrijf op onevenredige wijze zou worden verstoord.
  7. de opdrachtgever te informeren over de wijze waarop de zaken ten vervoer moeten worden aangeboden.
  8. de opdrachtgever naar vermogen te informeren over de geldende douanevoorschriften en andere voor de uitvoering van de bedrijfsverhuizing te vervullen formaliteiten.
  9. het voor de bedrijfsverhuizing noodzakelijke emballagemateriaal ter beschikking te stellen.
  10. redelijke zorg aan te wenden ten aanzien van de behandeling van de door hem te ontvangen bescheiden, met dien verstande dat de bedrijfsverhuizer niet gehouden is de nauwkeurigheid en de volledigheid van deze bescheiden te onderzoeken.
  11. instructies te vragen aan de opdrachtgever, indien om welke reden dan ook de uitvoering van de bedrijfsverhuizing onmogelijk is of wordt en bij gebreke van die instructies alle maatregelen te nemen die hij als zorgvuldig bedrijfsverhuizer in het belang van de opdrachtgever mag achten. De hieruit voortvloeiende meerkosten zijn voor rekening van degene aan wiens zijde de reden voor verhindering is opgekomen.
  12. op verzoek, voor rekening en ten behoeve van de opdrachtgever een afzonderlijke verzekering af te sluiten, die de risico's dekt, waarvoor de bedrijfsverhuizer niet aansprakelijk is.
  13. de opdrachtgever te vrijwaren voor vorderingen van derden die het gevolg zijn van het niet nakomen van zijn verplichtingen, die voortvloeien uit deze voorwaarden, tenzij die aanspraken van derden redelijkerwijs niet toegerekend kunnen worden aan het niet nakomen door de bedrijfsverhuizer van zijn verplichtingen.

Artikel 6

De aansprakelijkheid van de bedrijfsverhuizer

  1. Bij niet nakomen van de op hem, uit hoofde van artikel 5 van deze voorwaarden rustende verplichtingen is de bedrijfsverhuizer, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde en behoudens overmacht, voor de daarvoor ontstane schade aansprakelijk.
  2. De bedrijfsverhuizer kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van het voorgaande lid te ontheffen een beroep doen op:
    1. de gebrekkigheid van het voertuig dat voor de bedrijfsverhuizing wordt gebezigd;
    2. de gebrekkigheid van het materiaal, waarvan hij zich bedient, tenzij dit door de opdrachtgever te zijner beschikking is gesteld; onder materiaal wordt niet begrepen een schip, een luchtvaartuig of spoorwagon, waarop het voertuig, dat voor de bedrijfsverhuizing wordt gebezigd, zich bevindt;
    3. de gebrekkigheid van steunpunten benut voor de bevestiging van hijswerktuigen;
    4. enig door toedoen van derden, wier handelingen niet voor rekening van de opdrachtgever komen, aan de verhuisgoederen overkomen ongeval.
  3. Onverminderd de leden 6 en 7 van dit artikel is de bedrijfsverhuizer, die de op hem uit hoofde van de bedrijfsverhuisovereenkomst rustende verplichtingen niet nakomt, desalniettemin voor de daardoor ontstane schade niet aansprakelijk, voor zover dit niet nakomen het gevolg is van de bijzondere risico's verbonden aan één of meer van de volgende omstandigheden:
    1. het inpakken of uit elkaar nemen, dan wel het uitpakken of in elkaar zetten van verhuisgoederen door de opdrachtgever of met behulp van enig persoon of enig middel door de opdrachtgever daartoe uit eigener beweging ter beschikking gesteld;
    2. de keuze door de opdrachtgever - hoewel de bedrijfsverhuizer hem een andere mogelijkheid aan de hand deed - van een wijze van verpakking of uitvoering van de bedrijfsverhuisovereenkomst, die verschilt van wat voor de overeengekomen bedrijfsverhuizing gebruikelijk is;
    3. de aanwezigheid onder de verhuisgoederen van zaken waarvoor de bedrijfsverhuizer, indien hij op de hoogte was geweest van hun aanwezigheid en hun aard, bijzondere maatregelen zou hebben getroffen;
    4. de aard of de staat van de verhuisgoederen zelf, die door met deze aard of staat zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld aan geheel of gedeeltelijk verlies of aan beschadiging, zoals:
      • ⁃ levende dieren;
      • ⁃ geld, geldswaardige papieren, juwelen, uit edelmetaal vervaardigde of andere kostbare kleinodiën, tenzij de opdrachtgever hem de daar genoemde zaken afzonderlijk en onder opgave van hoeveelheid en waarde vóór het begin der bedrijfsverhuizing overhandigde;
      • ⁃ het niet of niet goed functioneren van elektrische, elektronische of mechanische apparatuur;
      • ⁃ beschadiging of verlies van persoonlijke eigendommen van de medewerkers van de opdrachtgever.
  4. Wanneer de bedrijfsverhuizer bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 5, de leden 2 en 4 van deze voorwaarden rustende verplichtingen een gevolg heeft kunnen zijn van één of meer der in lid 3 van dit artikel genoemde bijzondere risico's, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit.
  5. In geval van vertraging als bedoeld in artikel 5 lid 4 is de bedrijfsverhuizer gehouden, indien de rechthebbende bewijst dat daardoor schade is ontstaan, voor deze schade een nader overeen te komen vergoeding te betalen, die niet meer zal bedragen dan de verhuisprijs.
  6. De bedrijfsverhuizer is, behoudens zijn wettelijke aansprakelijkheid op grond van de artikelen 6: 170 en 6: 171 BW, aansprakelijk voor de daden en nalatigheid van alle personen, van wie hij zich voor de uitvoering van de bedrijfsverhuizing bedient, voor zover deze handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.
  7. De bedrijfsverhuizer is niet aansprakelijk voor de handelingen en verzuimen van andere dan de in lid 6 van dit artikel genoemde personen, die zich ten tijde van de bedrijfsverhuizing in het bedrijfspand bevinden, indien daardoor schade aan de zaken of vertraging in de uitvoering van de bedrijfsverhuizing ontstaat.
  8. De schadevergoeding, die de bedrijfsverhuizer verschuldigd is wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van dit artikel 5 lid 2 van deze voorwaarden rustende verplichtingen, is beperkt:
    1. in geval van een bedrijfsverhuizing uitsluitend binnen een gebouw tot een bedrag van € 70.000,-;
    2. in alle andere gevallen binnen Nederland tot een bedrag van € 70.000,- per wagenzending;
    3. bij bedrijfsverhuizingen onderworpen aan het CMR-verdrag, is de aansprakelijkheid van de bedrijfsverhuizer beperkt tot 8 1/3 speciale trekkingsrechten voor elk ontbrekende kilogram bruto gewicht.
  9. De opdrachtgever kan, mits de bedrijfsverhuizer hierin toestemt en tegen betaling van een overeen te komen vergoeding schriftelijk een waarde van de verhuisgoederen aangeven, die het maximum, vermeld in lid 8 van dit artikel, overschrijdt. In dat geval treedt het aangegeven bedrag in de plaats van dit maximum. Dit bedrag mag evenwel niet de werkelijke waarde van de zaken overschrijden.
  10. Indien de bedrijfsverhuizer niet voldoet aan zijn verplichtingen, genoemd onder artikel 5 de leden 1,3,5 en 8 kan de opdrachtgever de bedrijfsverhuisovereenkomst opzeggen, nadat hij de bedrijfsverhuizer een uiterste termijn heeft gesteld en de bedrijfsverhuizer na afloop daarvan nog steeds niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
  11. Na opzegging is de bedrijfsverhuizer verplicht de opdrachtgever de extra kosten te vergoeden, die deze bewijst door de opzegging te hebben gemaakt. Deze vergoeding beloopt echter niet meer dan de overeengekomen verhuisprijs.
  12. Indien de bedrijfsverhuizer niet voldoet aan zijn verplichtingen, genoemd onder artikel 5 de leden 6,9 en 10 van deze voorwaarden dient de bedrijfsverhuizer aan de opdrachtgever de schade te vergoeden die deze bewijst te hebben geleden. Deze vergoeding beloopt echter niet meer dan de overeengekomen verhuisprijs.
  13. Indien de bedrijfsverhuizer niet voldoet aan zijn verplichting, genoemd onder artikel 5 lid 11 van deze voorwaarden, is de bedrijfsverhuizer op dezelfde voet als een opdrachtnemer (artikel 7: 400 e.v. Burgerlijk Wetboek) aansprakelijk voor de gevolgen van verlies of onjuiste behandeling van de bescheiden, die hem ter hand zijn gesteld. De door hem verschuldigde schadevergoeding mag evenwel die, verschuldigd in geval van verlies van de zaken, niet overschrijden.

Toelichting:
Artikel 6 van deze voorwaarden vermeerdert de aansprakelijkheid van de bedrijfsverhuizer ten opzichte van zijn aansprakelijkheid neergelegd in artikel 8: 1095 Burgerlijk Wetboek. Op grond van dit artikel is deze vermeerdering van aansprakelijkheid nietig, tenzij artikel 6 van deze voorwaarden in een afzonderlijk geschrift, dat de overeenkomst tot bedrijfsverhuizing bevat, wordt vastgelegd. Geadviseerd wordt deze voorwaarden telkenmale te hechten aan de overeenkomst tot bedrijfsverhuizing.

Artikel 7

Schademelding

  1. Indien de zaken met uiterlijk zichtbare schade of verlies door de bedrijfsverhuizer worden afgeleverd zonder dat de opdrachtgever bij of dadelijk na aanneming van de zaak een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de bedrijfsverhuizer heeft gebracht, dan wordt de bedrijfsverhuizer geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen.
  2. Indien de schade of het verlies niet uiterlijk waarneembaar is en de opdrachtgever niet binnen één week na aanneming van de zaak een schriftelijk voorbehoud waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de bedrijfsverhuizer heeft gebracht, wordt de bedrijfsverhuizer eveneens geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen.
  3. De schadeaangifte dient schriftelijk plaats te vinden.

Artikel 8

Schadeherstel

  1. Herstel van beschadigingen of vervanging van verloren gegane zaken mag pas dan plaatsvinden, als door of namens partijen overeenstemming is bereikt over het bedrag van de schade.
  2. Wanneer ingevolge de bepalingen van deze voorwaarden een schadevergoeding voor geheel of gedeeltelijk vermissing of verlies van de zaken ten laste van de bedrijfsverhuizer wordt gebracht, wordt deze schadevergoeding berekend met inachtneming van de waarde, welke de zaken zouden hebben gehad op het tijdstip waarop en ter plaatse waar ze hadden moeten worden afgeleverd.*
  3. De waarde van de zaken wordt vastgesteld volgens de beurskoers of, bij gebreke daarvan, volgens de gangbare marktprijs of, bij gebreke van één en ander, volgens de gebruikelijke waarde van zaken van dezelfde aard, kwaliteit of ouderdom.

* Bij bedrijfsverhuizingen, onderworpen aan het CMR, wordt de waarde van de zaken berekend naar de waarde van de zaken op de plaats en het tijdstip van inontvangstneming.

Artikel 9

Rechthebbende

Uitsluitend de opdrachtgever of diens uitdrukkelijk gemachtigde heeft jegens de bedrijfsverhuizer het recht op aflevering van de zaken overeenkomstig de op de bedrijfsverhuizer rustende verplichtingen.

Artikel 10

Opzegging bedrijfsverhuisovereenkomst

  1. Alvorens zaken ter beschikking van de bedrijfsverhuizer zijn gesteld, is de opdrachtgever bevoegd de overeenkomst schriftelijk op te zeggen. Hij is verplicht aan de bedrijfsverhuizer de overeengekomen verhuisprijs te voldoen, te verminderen met de door de bedrijfsverhuizer bespaarde kosten.
  2. Geschiedt de opzegging van de overeenkomst meer dan vijf werkdagen vóór de overeengekomen datum van aanvang van het transport, dan wordt het bedrag van de in lid 1 genoemde verhuisprijs verlaagd met 10% voor elke werkdag, waarmee de termijn van vijf werkdagen wordt vermeerderd echter tot ten hoogste 50%.

Artikel 11

Betalingsvoorwaarden en zekerheden

  1. De opdrachtgever is verplicht de verhuisprijs, het uit anderen hoofde ter zake van de bedrijfsverhuizing verschuldigde of verdere op de te verhuizen zaken drukkende overeengekomen kosten binnen veertien dagen na factuurdatum te voldoen.
  2. Indien de in lid 1 bedoelde bedragen niet op het in dat lid genoemde tijdstip zijn voldaan, is de opdrachtgever gehouden daarover rente te betalen op basis van 12% 's jaars met ingang van de dag, waarop deze betalingen hadden moeten geschieden tot en met de dag der betaling.
  3. De bedrijfsverhuizer is gerechtigd om alle noodzakelijk gemaakte buitenrechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van de verhuisprijs en andere bedragen zoals genoemd in lid 1, aan degene, die gehouden is tot betaling van de verhuisprijs en/of andere kosten, in rekening te brengen. De buitenrechtelijke incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de debiteur in verzuim is én de vordering ter incasso uit handen is gegeven.
  4. De volle verhuisprijs, het uit anderen hoofde ter zake van de bedrijfsverhuizing verschuldigde en verdere op de te verhuizen zaken rustende kosten zijn ook verschuldigd, indien de te verhuizen zaken niet, slechts ten dele of beschadigt ter bestemming worden afgeleverd.
  5. Beroep op schuldvergelijking (compensatie) van vorderingen tot betaling van de verhuisprijs, van het uit anderen hoofde ter zake van de bedrijfsverhuizing verschuldigde of van verdere op de te verhuizen zaken drukkende kosten met vorderingen uit anderen hoofde is niet toegestaan.
  6. Indien bij de afrekening geschil ontstaat over het verschuldigde bedrag of ter bepaling daarvan een niet spoedig uit te voeren berekening nodig is, is hij, die aflevering vordert, verplicht het gedeelte over welks verschuldigdheid partijen het eens zijn, terstond te voldoen en voor de betaling van het door hem betwiste gedeelte of van het gedeelte, waarvan het bedrag nog niet vast staat, zekerheid te stellen.
  7. De bedrijfsverhuizer kan tot opslag of stalling overgaan, indien het stellen van zekerheid, als in lid 6 bedoeld, wordt geweigerd.
  8. De bedrijfsverhuizer heeft jegens ieder, die daarvan afgifte verlangt, een retentierecht op zaken en documenten, die hij in verband met de verhuisovereenkomst onder zich heeft. Dit recht komt hem echter niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaken ten verhuizing ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de opdrachtgever jegens die derde de zaken ten verhuizing ter beschikking te stellen.
  9. Tegenover de opdrachtgever kan de bedrijfsverhuizer het recht van retentie slechts uitoefenen voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden ter zake van het verhuizen van zijn zaken.
  10. De bedrijfsverhuizer kan het in lid 9 van dit artikel toegekende recht van retentie eveneens uitoefenen voor hetgeen hem door de opdrachtgever nog verschuldigd is in verband met voorgaande bedrijfsverhuizingen.

Artikel 12

Bevoegde rechter/arbiter

Alle geschillen tussen partijen over deze Algemene Voorwaarden voor Bedrijfsverhuizingen (AVB) zullen ter beslechting worden voorgelegd aan de kantonrechter of de arrondissementsrechtbank van het rechtsgebied van de woonplaats of de plaats van de vestiging van de bedrijfsverhuizer of worden onderworpen aan arbitrage als bedoeld in artikel 13.

Artikel 13

Arbitrage

Alle geschillen die tussen partijen ontstaan met betrekking tot de onderhavige overeenkomst kunnen worden beslecht overeenkomstig het Reglement van de Stichting Arbitrage voor Logistiek, gevestigd te 's-Gravenhage.

Toelichting
Op initiatief van de in de Stichting Vervoeradres samenwerkende ondernemersorganisaties EVO, Koninklijk Nederlands Vervoer, Nederlandsch Binnenvaartbureau en Transport en Logistiek Nederland is een scheidsgerecht in het leven geroepen onder de naam Stichting Arbitrage voor Logistiek, gevestigd te 's-Gravenhage, telefoon: 070-30 66 767. Indien men voor het beslechten van geschillen, voortvloeiende uit overeenkomsten waarop de Algemene Voorwaarden voor Bedrijfsverhuizingen van toepassing zijn, gebruik wenst te maken van dit scheidsgerecht kan men de volgende arbitrageclausule opnemen in dergelijke overeenkomsten:

"Alle geschillen die tussen partijen ontstaan met betrekking tot de onderhavige overeenkomst worden beslecht overeenkomstig het Reglement van de Stichting Arbitrage voor Logistiek, gevestigd te 's-Gravenhage. Voor zover deze onderhavige overeenkomst betrekking heeft op internationaal vervoer van goederen over de weg zullen arbiters dienovereenkomstig het CMR-Verdrag toepassen".

Naar boven ↑

Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg. (CMR)

(Onder voorbehoud van wijzigingen en typefouten)

PREAMBULE

De Verdragsluitende Partijen,
Erkend hebbende het nut om de voorwaarden van de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, in het bijzonder voor wat betreft de voor dit vervoer te gebruiken documenten en de aansprakelijkheid van de vervoerder, op eenvormige wijze te regelen, Zijn overgekomen als volgt:

HOOFSTUK 1

Toepasselijkheid

ARTIKEL 1

  1. Dit Verdrag is van toepassing op iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor het vervoer van goederen over de weg door middel van voertuigen, wanneer de plaats van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering, zoals deze zijn aangegeven in de overeenkomst, gelegen zijn in twee verschillende landen, waarvan tenminste één een bij het Verdrag partij zijnd land is, ongeacht de woonplaats en de nationaliteit van partijen.
  2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder voertuigen verstaan: de motorrijtuigen, gelede voertuigen, aanhangwagens en opleggers, zoals deze zijn omschreven in artikel 4 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 19 september 1949.
  3. Dit Verdrag is eveneens van toepassing, indien het vervoer, dat binnen zijn werkingsfeer valt, wordt bewerkstelligd door Staten of door Regeringsinstellingen of -organisaties.
  4. Dit Verdrag is niet van toepassing:
    1. op vervoer, bewerkstelligd overeenkomstig internationale postovereenkomsten,
    2. op vervoer van lijken
    3. op verhuizingen
  5. De Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat dit Verdrag niet door bijzondere overeenkomsten, gesloten tussen twee of meer van haar, zal worden gewijzigd, tenzij om aan de werking daarvan haar grensverkeer te onttrekken of om voor vervoer, dat uitsluitend over haar grondgebied plaats heeft, het gebruik van een de goederen vertegenwoordigende vrachtbrief toe te staan.

ARTIKEL 2

  1. Wanneer het voertuig, waarin de goederen zich bevinden, over een gedeelte van het traject wordt vervoerd over zee, per spoor, over de binnenwateren of door de lucht, zonder dat de goederen – behoudens ter toepassing van de bepalingen van artikel 14- uit dat vervoer worden uitgeladen, blijft dit Verdrag niettemin van toepassing op het gehele vervoer. Voor zover evenwel wordt bewezen dat verlies, beschadiging of vertraging in de aflevering van de goederen, ontstaan tijdens het vervoer op andere wijze dan over de weg, niet is veroorzaakt door een daad of nalatigheid van de wegvervoerder en de voortspruit uit een feit, dat zich alleen heeft kunnen voordoen tijdens en tengevolge van het vervoer anders dan over de weg, wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder niet bepaald door dit Verdrag, maar op de wijze waarop de aansprakelijkheid van de niet-wegvervoerder zou zijn bepaald, zo een vervoerovereenkomst tussen de afzender en de niet-wegvervoerder tot vervoer van de goederen alleen zou zijn afgesloten overeenkomstig de wettelijke bepalingen van dwingend recht betreffende het vervoer van goederen op die andere wijze. Bij gebreke van dergelijke bepalingen wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder echter bepaald door dit Verdrag.
  2. Indien de wegvervoerder zelf het gedeelte van het vervoer dat niet over de weg plaats vindt bewerkstelligt, wordt zijn aansprakelijkheid eveneens bepaald volgens het eerste lid, als werden zijn hoedanigheden van wegvervoerder en niet-wegvervoerder uitgeoefend door twee verschillende personen.

HOOFDSTUK 2

Personen voor wie de vervoerder aansprakelijk is

ARTIKEL 3

Voor de toepassing van dit Verdrag is de vervoerder, als ware het voor zijn eigen daden en nalatigheden, van zijn ondergeschikten en van alle andere personen, van wie hij zich voor de bewerkstelliging van het vervoer bedient, wanneer deze ondergeschikten of deze personen handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.

HOOFSTUK 3

Sluiting en uitvoering van de vervoerovereenkomst

ARTIKEL 4

De vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief. De afwezigheid, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief tast noch het bestaan noch de geldigheid aan van de vervoerovereenkomst, die onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag.

ARTIKEL 5

  1. De vrachtbrief wordt opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren, ondertekend door de afzender en de vervoerder. Deze ondertekening kan worden gedrukt of vervangen door de stempels van afzender en vervoerder, indien de wetgeving van het land, waar de vrachtbrief wordt opgemaakt, zulks toelaat. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de afzender, het tweede begeleidt de goederen en het derde wordt door de vervoerder behouden.
  2. Wanneer de te vervoeren goederen moeten worden geladen in verschillende voertuigen of wanneer het verschillende soorten goederen of afzonderlijke partijen betreft, heeft de afzender of de vervoerder het recht om te eisen, dat er voertuigen moeten worden gebruikt of als er soorten of partijen goederen zijn.

ARTIKEL 6

  1. De vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten:
    1. de plaats en de datum van het opmaken daarvan,
    2. de naam en het adres van de afzender,
    3. de naam en het adres van de vervoerder,
    4. de plaats en datum van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering der goederen,
    5. de naam en het adres van de geadresseerde,
    6. de gebruikelijke aanduiding van de aard der goederen en de wijze van verpakking en, voor gevaarlijke goederen, hun algemeen erkende benaming,
    7. het aantal colli, hun bijzondere merken en hun nummers,
    8. het brutogewicht of de op andere wijze aangegeven hoeveelheid van de goederen,
    9. de op het vervoer betrekking hebbende kosten (vrachtprijs, bijkomende kosten, douanerechten en andere vanaf de sluiting van de overeenkomst tot aan de aflevering opkomende kosten),
    10. de voor het vervullen van douane- en andere formaliteiten nodige instructies,
    11. de aanduiding, dat het vervoer, ongeacht enig tegenstrijdig beding, is onderworpen aan de bepaling van dit Verdrag.
  2. Als het geval zich voordoet, moet de vrachtbrief nog volgende aanduidingen bevatten:
    1. het verbod van overlading,
    2. de kosten, welke de afzender voor zijn rekening neemt,
    3. het bedrag van het bij de aflevering van de goederen te innen remboursement,
    4. de gedeclareerde waarde der goederen en het bedrag van het bijzonder belang bij de aflevering,
    5. de instructies van de afzender aan de vervoerder voor wat betreft de verzekering der goederen,
    6. de overeengekomen termijn, binnen welke het vervoer moet zijn volbracht,
    7. de lijst van bescheiden, welke aan de vervoerder zijn overhandigd.
  3. De partijen kunnen in de vrachtbrief iedere andere aanduiding, welke zij nuttig achten, opnemen.

ARTIKEL 7

  1. De afzender is aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke door de vervoerder worden geleden tengevolge van de onnauwkeurigheid of de onvolledigheid:
    1. van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, eerste lid, onder b, d, e, f, g, h en j,
    2. van de aanduidingen aangegeven in artikel 6, tweede lid,
    3. van alle andere aanduidingen of instructies, welke hij verstrekt voor het opmaken van de vrachtbrief of om daarin te worden opgenomen.
  2. Indien de vervoerder op verzoek van de afzender de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de vrachtbrief opneemt, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht voor rekening van de afzender te handelen
  3. Indien de vrachtbrief niet de vermelding, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder k., bevat, is de vervoerder aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke de rechthebbende op de goederen door deze nalatigheid lijdt.

ARTIKEL 8

  1. Bij de inontvangstneming der goederen is de vervoerder gehouden te onderzoeken:
    1. de juistheid van de vermeldingen in de vrachtbrief met betrekking tot het aantal colli en hun merken en nummers,
    2. de uiterlijke staat van de goederen en hun verpakking.
  2. Indien de vervoerder geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid onder a van dit artikel, te onderzoeken, tekent hij in de vrachtbrief met redenen omkleed aan, welke voorbehouden hij maakt. Eveneens geeft hij de redenen aan voor alle voorbehouden, welke hij maakt ten aanzien van de uiterlijke staat van de goederen en van hun verpakking. Deze voorbehouden verbinden de afzender niet, indien zij niet uitdrukkelijk in de vrachtbrief door hem zijn aanvaard.
  3. De afzender heeft het recht te eisen, dat de vervoerder het brutogewicht of de op andere wijze uitgedrukte hoeveelheid der goederen onderzoekt. Hij kan tevens een onderzoek van de inhoud der colli eisen. De vervoerder kan de kosten van het onderzoek in rekening brengen. Het resultaat van de onderzoekingen wordt in de vrachtbrief neergelegd.

ARTIKEL 9

  1. De vrachtbrief levert volledig bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden de overeenkomst en de ontvangst van de goederen door de vervoerder.
  2. Bij gebreke van vermelding in de vrachtbrief van gemotiveerde voorbehouden van de vervoerder wordt vermoed, dat de goederen en hun verpakking in uiterlijk goede staat waren op het ogenblik van de inontvangstneming door de vervoerder en dat het aantal colli en hun merken en nummers in overeenstemming waren met de opgaven in de vrachtbrief.

ARTIKEL 10

De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten, welke voortspruiten uit de gebrekkige verpakking van de goederen, tenzij de gebrekkigheid zichtbaar of aan de vervoerder bekend was op het ogenblik van de inontvangstneming en de vervoerder te dien aanzien geen voorbehouden heeft gemaakt.

ARTIKEL 11

  1. Ter voldoening aan douane- en andere formaliteiten, welke vóór de aflevering van de goederen moeten worden vervuld, moet de afzender de nodige bescheiden bij de vrachtbrief voegen of ter beschikking van de vervoerder stellen en hem alle gewenste inlichtingen verschaffen.
  2. De vervoerder is niet gehouden de nauwkeurigheid en de volledigheid van deze bescheiden en inlichtingen te onderzoeken. De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor alle schaden, die kunnen voortspruiten uit de afwezigheid, onvolledigheid of onregelmatigheid van deze bescheiden en inlichtingen, behoudens in geval van schuld van de vervoerder.
  3. De vervoerder is op dezelfde voet als een commissionair aansprakelijk voor de gevolgen van verlies of onjuiste behandeling van de bescheiden, die in de vrachtbrief zijn vermeld en deze begeleiden of in zijn handen zijn gesteld. De door hem verschuldigde schadevergoeding mag evenwel die, verschuldigd in geval van verlies van de goederen, niet overschrijden.

ARTIKEL 12

  1. De afzender heeft het recht over de goederen te beschikken, in het bijzonder door van de vervoerder te vorderen dat hij het vervoer ophoudt, de plaats bestemd voor de aflevering der goederen wijzigt of de goederen aflevert aan een andere geadresseerde dan in de vrachtbrief is aangegeven.
  2. Dit recht vervalt, wanneer het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan de geadresseerde is overhandigd of wanneer deze gebruik maakt van het recht bedoeld in artikel 13, eerste lid; vanaf dat ogenblik moet de vervoerder zich houden aan de opdrachten van de geadresseerde.
  3. Het beschikkingsrecht komt evenwel reeds vanaf het opmaken van de vrachtbrief aan de geadresseerde toe, wanneer een vermelding in die zin door de afzender op de vrachtbrief is gesteld.
  4. Indien de geadresseerde bij de uitoefening van zijn beschikkingsrecht bepaalt, dat de goederen aan een persoon moeten worden afgeleverd, kan deze persoon geen andere geadresseerde aanwijzen.
  5. De uitoefening van het beschikkingsrecht is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
    1. de afzender of, in het geval bedoeld in het derde lid van dit artikel, de geadresseerde, die het recht wenst uit te oefenen, moet het eerst exemplaar van de vrachtbrief, waarop de aan de vervoerder gegeven nieuwe instructies meebrengt;
    2. de uitvoering van deze instructies moeten mogelijk zijn op het ogenblik, dat de instructies de persoon, die deze moet uitvoeren, bereiken en zij mag noch de normale bedrijfsvoering van de vervoerder beletten noch schade toebrengen aan afzenders of geadresseerden van andere zendingen;
    3. de instructies mogen nimmer het verdelen van de zending tot gevolg hebben.
  6. Wanneer de vervoerder tengevolge van de bepalingen van het vijfde lid onder b. van dit artikel de instructies, die hij ontvangt, niet kan uitvoeren, moet hij onmiddellijk de persoon, van wie deze instructies afkomstig zijn, daarvan in kennis stellen.
  7. De vervoerder, die de volgens de voorwaarden van dit artikel gegeven instructies heeft opgevolgd zonder overlegging van het eerste exemplaar van de vrachtbrief te hebben geëist, is tegenover de rechthebbende aansprakelijk voor de hierdoor veroorzaakte schade.

ARTIKEL 13

  1. Na aankomst van de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, heeft de geadresseerde het recht van de vervoerder te vorderen dat het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan hem wordt overhandigd en de goederen aan hem worden afgeleverd, een en ander tegen ontvangstbewijs. Wanneer verlies van de goederen is vastgelegd of de goederen aan het einde van de termijn, bedoeld in artikel 19, niet aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd om op eigen naam tegenover de vervoerder gebruik te maken van de rechten, die uit de vervoerovereenkomst voortspruiten.
  2. De geadresseerde, die gebruik maakt van de rechten, die hem ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn toegekend, is gehouden de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen te betalen. In geval van geschil ter zake is de vervoerder niet verplicht om de goederen af te leveren dan tegen zekerheidstelling door de geadresseerde.

ARTIKEL 14

  1. Indien, om welke redenen ook, de uitvoering van de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief onmogelijk is of wordt voordat de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, zijn aangekomen, is de vervoerder gehouden instructies te vragen aan de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken.
  2. Indien evenwel de omstandigheden de uitvoering van het vervoer toelaten op andere voorwaarden dan die van de vrachtbrief en indien de vervoerder niet tijdig instructies heeft kunnen verkrijgen van de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken, neemt hij de maatregelen, welke hem het beste voorkomen in het belang van de persoon, die het recht heeft over de goederen te beschikken.

ARTIKEL 15

  1. Wanneer na aankomst van de goederen op de plaats van bestemming zich omstandigheden voordoen die de aflevering beletten, vraagt de vervoerder instructies aan de afzender. Indien de geadresseerde de goederen weigert, heeft de afzender het recht om daarover te beschikken zonder verplicht te zijn het eerste exemplaar van de vrachtbrief te tonen.
  2. De geadresseerde kan, zelfs indien hij de goederen heeft geweigerd, te allen tijde de aflevering daarvan vragen, zolang de vervoerder geen andersluidende instructies van de afzender heeft ontvangen.
  3. Indien een omstandigheid, die de aflevering belet, zich voordoet, nadat de geadresseerde overeenkomstig zijn recht ingevolge artikel 12, derde lid, opdracht heeft gegeven om de goederen aan een andere persoon af te leveren, treedt voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel de geadresseerde in de plaats van de afzender en die andere persoon in plaats van de geadresseerde.

ARTIKEL 16

  1. De vervoerder heet het recht op vergoeding van de kosten, welke zijn verzoek om instructies of de uitvoering van ontvangen instructies voor hem mee brengt, mits deze kosten niet door zijn schuld zijn ontstaan.
  2. In de gevallen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en in artikel 15, kan de vervoerder de goederen onmiddellijk voor rekening van de rechthebbende lossen; na deze lossing wordt het vervoer geacht te zijn geëindigd. De vervoerder neemt dan de bewaring van de goederen op zich. Hij kan de goederen evenwel aan een derde toevertrouwen en is dan slechts aansprakelijk voor een oordeelkeuze van deze derde. De goederen blijven belast met volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en alle andere kosten.
  3. De vervoerder kan zonder instructies van de rechthebbende af te wachten tot verkoop van de goederen overgaan, wanneer de bederfelijke aard of de staat van de goederen dit rechtvaardigt of wanneer de kosten van bewaring onevenredig hoog zijn in verhouding tot de waarde van de goederen. In andere gevallen kan hij eveneens tot verkoop overgaan, wanneer hij niet binnen een redelijke termijn van de rechthebbende andersluidende instructies heeft ontvangen, waarvan de uitvoering redelijkerwijs kan worden gevorderd.
  4. Indien de goederen ingevolge dit artikel zijn verkocht, moet de opbrengst van de verkoop ter beschikking van de rechthebbende worden gesteld onder aftrek van de kosten, die op de goederen drukken. Indien deze kosten de opbrengst van de verkoop te boven gaan, heeft de vervoerder recht op het verschil.
  5. De verkoop geschiedt op de wijze bepaald door de wet of de gebruiken van de plaats, waar de goederen zich bevinden.

HOOFDSTUK 4

Aansprakelijkheid van de vervoerder

ARTIKEL 17

  1. De vervoerder is aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijke verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering.
  2. De vervoerder is ontheven van deze aansprakelijkheid, indien het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van deze, welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen of door omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.
  3. De vervoerder kan zich niet aan zijn aansprakelijkheid onttrekken door een beroep te doen op gebreken van het voertuig, waarvan hij zich bedient om het vervoer te bewerkstelligen, of op fouten van de persoon, van wie hij het voertuig heeft gehuurd of van diens ondergeschikten.
  4. Met inachtneming van artikel 18, tweede tot vijfde lid, is de vervoerder ontheven van zijn aansprakelijkheid, wanneer het verlies of de beschadiging een gevolg is van de bijzondere gevaren, eigen aan één of meer van de volgende omstandigheden:
    1. gebruik van open en niet met een dekzeil afgedekte voertuigen, wanneer dit gebruik uitdrukkelijk is overeengekomen en in de vrachtbrief is vermeld;
    2. ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking bij goederen, die door hun aard aan kwaliteitsverlies of beschadiging zijn blootgesteld, wanneer zij niet of slecht verpakt zijn;
    3. behandeling, lading, stuwing of lossing van de goederen door de afzender, of de geadresseerde handelen;
    4. de aard van bepaalde goederen, die door met deze aard zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld hetzij aan geheel of gedeeltelijk verlies hetzij aan beschadiging, in het bijzonder door breuk, roest, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies, of optreden van ongedierte en knaagdieren;
    5. onvolledigheid of gebrekkigheid van de merken of nummer der colli;
    6. vervoer van levende dieren.
  5. Indien ingevolge dit artikel de vervoerder niet aansprakelijk is voor sommige der factoren, die de schade hebben veroorzaakt, is hij slechts aansprakelijk in evenredigheid tot de mate, waarin de factoren waarvoor hij ingevolge dit artikel aansprakelijk is, tot schade hebben bijgedragen.

ARTIKEL 18

  1. Het bewijs, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging door één der in artikel 17, tweede lid, genoemde feiten is veroorzaakt, rust op de vervoerder.
  2. Wanneer de vervoerder aantoont, dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het verlies of beschadiging een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer van de in artikel 17, vierde lid, genoemde bijzondere gevaren, wordt vermoed dat deze daarvan de oorzaak zijn. De rechthebbende kan evenwel bewijzen, dat de schade geheel of gedeeltelijk niet door een van deze gevaren veroorzaakt is.
  3. Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het artikel 17, vierde lid, onder a, genoemde geval, indien zich een ongewoon groot tekort of een verlies van colli voordoet.
  4. Indien het vervoer wordt bewerkstelligd door middel van een voertuig, ingericht om de goederen te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder d, tenzij hij bewijst, dat alle maatregelen, waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven.
  5. De vervoerder kan geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder f, tenzij hij bewijst, dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven.

ARTIKEL 19

Er is vertraging in de aflevering, wanneer de goederen niet zijn afgeleverd binnen de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, wanneer de werkelijke duur van het vervoer, zo men rekening houdt met de omstandigheden en met name, bij gedeeltelijke lading, met de tijd benodigd voor het verkrijgen van een volledige lading, met de tijd benodigd voor het verkrijgen van een volledige lading op de gebruikelijke voorwaarden, meer tijd vergt dan een goed vervoerder redelijkerwijs behoort te worden toegestaan.

ARTIKEL 20

  1. De rechthebbende kan, zonder enig nader bewijs, de goederen als verloren beschouwen, wanneer zij niet zijn afgeleverd binnen dertig dagen na afloop van de bedongen termijn, of, bij gebreke van zulk een termijn, binnen zestig dagen na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder.
  2. De rechthebbende kan bij ontvangst van de schadevergoeding voor de verloren goederen schriftelijk verzoeken hem onmiddellijk te berichten ingeval de goederen worden teruggevonden in de loop van het jaar, volgende op de betaling der schadevergoeding. Dit verzoek wordt hem schriftelijk bevestigd.
  3. Binnen dertig dagen na ontvangst van dit bericht kan de rechthebbende vorderen, dat de goederen aan hem worden afgeleverd tegen betaling van de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en tegen teruggave van de schadevergoeding, die hij heeft ontvangen, onder aftrek van de kosten, welke in deze schadevergoeding mochten zijn begrepen, en met behoud van alle rechten op schadevergoeding voor vertraging in de aflevering ingevolge artikel 23 en, indien toepasselijk ingevolge artikel 26.
  4. Bij gebreke hetzij van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, hetzij van instructies gegeven binnen de termijn van dertig dagen, bedoeld in het derde lid, of ook, indien de goederen eerst meer dan een jaar na betaling van de schadevergoeding zijn teruggevonden, kan de vervoerder over de goederen beschikken overeenkomstig de wet van de plaats, waar deze zich bevinden.

ARTIKEL 21

Indien de goederen aan de geadresseerde zijn afgeleverd zonder inning van het remboursement, dat door de vervoerder volgens de bepalingen van de vervoerovereenkomst zou moeten zijn ontvangen, is de vervoerder gehouden de afzender schadeloos te stellen tot ten hoogste het bedrag van het remboursement, onverminderd zijn verhaal op de geadresseerde.

ARTIKEL 22

  1. Indien de afzender aan de vervoerder gevaarlijke goederen aanbiedt, licht hij hem in over de juiste aard van het gevaar, dat zij opleveren, en geeft hij, zo nodig, de te nemen voorzorgmaatregelen aan. Indien deze inlichting niet in de vrachtbrief is vermeld, staat het aan de afzender of de geadresseerde met enig ander middel te bewijzen, dat de vervoerder kennis heeft gedragen van de juiste aard van het gevaar, dat het vervoer van de voornoemde goederen opleverde.
  2. De gevaarlijke goederen, die niet, gegeven het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, als zodanig aan de vervoerder bekend waren, kunnen ieder ogenblik en op iedere plaats door de vervoerder worden gelost, vernietigd of onschadelijk gemaakt en wel zonder enige schadevergoeding; de afzender is bovendien aansprakelijk voor alle kosten en schaden, voortvloeiende uit de aanbieding ten vervoer of uit het vervoer zelf.

ARTIKEL 23

  1. Wanneer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag een schadevergoeding voor geheel of gedeeltelijk verlies van de goederen ten laste van de vervoerder wordt gebracht, wordt deze schadevergoeding berekend naar de waarde van de goederen op de plaats en het tijdstip van de inontvangstneming.
  2. De waarde van de goederen wordt vastgesteld volgen de beurskoers of, bij gebreke daarvan, volgens de gangbare marktprijs of, bij gebreke van een en ander, volgens de gebruikelijke waarde van goederen van dezelfde aard en kwaliteit.
  3. De schadevergoeding kan evenwel niet meer bedragen dan 25 frank voor elk ontbrekend kilogram brutogewicht. Onder frank wordt verstaan de goudfrank met een gewicht van 10/31 gram van een gehalte van 0,9000.*
  4. Bovendien worden vrachtprijs, de douanerechten en de overige met betrekking tot het vervoer der goederen gemaakte kosten, in geval van geheel verlies volledig en in geval van gedeeltelijk verlies naar verhouding terugbetaald; verdere schadevergoeding is niet verschuldigd.
  5. In geval van vertraging is, indien de rechthebbende bewijst, dat daardoor schade is ontstaan, de vervoerder gehouden voor deze schade een vergoeding te betalen, die niet meer kan bedragen dan de vrachtprijs.
  6. Hogere vergoedingen kunnen slechts worden gevorderd in geval van aangifte van de waarde der goederen of van een bijzonder belang bij de aflevering, overeenkomstig de artikelen 24 en 26.

* Krachtens de wet van 25 mei 1981, Stb. 1981 no. 295, in werking getreden 15 maart 1982, is 25 goudfrank gelijk aan 8 1/3 speciale trekkingsrechten (S.D.R.).

ARTIKEL 24

De afzender kan tegen betaling van een overeengekomen toeslag in de vrachtbrief een waarde van de goederen aangegeven, die het maximum, vermeld in het derde lid van artikel 23, overschrijdt. In dat geval treedt het aangegeven bedrag in de plaats van dit maximum.

ARTIKEL 25

  1. In geval van beschadiging vergoedt de vervoerder het bedrag van de waardevermindering, berekend naar de volgens artikel 23, eerste, tweede en vierde lid vastgestelde waarde der goederen.
  2. De schadevergoeding beloopt evenwel niet meer dan de volgende bedragen:
    1. indien de gehele zending door de beschadiging in waarde is verminderd, het bedrag, dat zij zou hebben belopen in geval van geheel verlies;
    2. indien slechts een gedeelte van de zending door de beschadiging in waarde is verminderd, het bedrag, dat zij zou hebben belopen in geval van verlies van het in waarde verminderd gedeelte.

ARTIKEL 26

  1. De afzender kan tegen betaling van een overeengekomen toeslag het bedrag van een bijzonder belang bij de aflevering voor het geval van verlies of beschadiging en voor dat van overschrijding van de overeengekomen termijn, vaststellen door vermelding van dit bedrag in de vrachtbrief.
  2. Indien een bijzonder belang bij de aflevering is aangegeven, kan, onafhankelijk van de schadevergoedingen, bedoeld in de artikelen 23, 24 en 25, en tot ten hoogste het bedrag van het aangegeven belang, een schadevergoeding worden gevorderd gelijk aan de bewezen bijkomende schade.

ARTIKEL 27

  1. De rechthebbende kan over het bedrag der schadevergoeding rente vorderen. Deze rente, ten bedrage van vijf procent per jaar, loopt vanaf de dag waarop de vordering schriftelijk bij de vervoerder is ingediend of, indien dit niet is geschied, vanaf de dag waarop zij in rechte aanhangig is gemaakt.
  2. Wanneer de bedragen, die tot grondslag voor de berekening der schadevergoeding dienen, niet zijn uitgedrukt in de munt van het land, waar de betaling wordt gevorderd, geschiedt de omrekening volgens de koers van de dag en de plaats van betaling der schadevergoeding.

ARTIKEL 28

  1. Wanneer het verlies, de beschadiging of de vertraging, ontstaan in de loop van een aan dit Verdrag onderworpen vervoer, volgens de toepasselijke wet kan leiden tot een vordering, die niet op de vervoerovereenkomst is gegrond, kan de vervoerder zich beroepen op de bepalingen van dit Verdrag, die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoedingen vaststellen of beperken.
  2. Wanneer de niet op de vervoerovereenkomst berustende aansprakelijkheid voor verlies, beschadiging of vertraging, van één der personen voor wie de vervoerder ingevolge artikel 3 aansprakelijk is, in het geding is, kan deze persoon zich eveneens beroepen op de bepalingen van dit Verdrag, die de aansprakelijkheid van de vervoerder uitsluiten of de verschuldigde schadevergoedingen vaststellen of beperken.

ARTIKEL 29

  1. De vervoerder heeft niet het recht om zich te beroepen op de bepalingen van dit hoofdstuk, die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken of die de bewijslast omkeren, indien de schade voortspruit uit zijn opzet of uit schuld zijnerzijds, welke volgens de wet van het gerecht, waar de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt.
  2. Hetzelfde geldt bij opzet of schuld van de ondergeschikten van de vervoerder of van alle andere personen, van wier diensten hij voor de bewerkstelling van het vervoer gebruik maakt, wanneer deze ondergeschikten of deze andere personen handelen in deze uitoefening van hun werkzaamheden. In dit geval hebben deze ondergeschikten of deze andere personen eveneens niet het recht om zich, voor wat hun persoonlijke aansprakelijkheid betreft, te beroepen op de bepalingen van dit hoofdstuk, als omschreven in het eerste lid.

HOOFDSTUK 5

Vorderingen in en buiten rechte

ARTIKEL 30

  1. Indien de geadresseerde de goederen in ontvangst heeft genomen zonder dat hij ten overstaan van de vervoerder de staat daarvan heeft vastgesteld of zonder dat hij, indien het zichtbare verliezen of beschadigingen betreft, uiterlijk op het ogenblik van de aflevering, of, indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, binnen zeven dagen na de aflevering, zon- en feestdagen niet inbegrepen, voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging is aangegeven, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht de goederen te hebben ontvangen in de staat als omschreven in de vrachtbrief. De bovenbedoelde voorbehouden moeten, indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, schriftelijk worden gemaakt.
  2. Wanneer de staat van de goederen door de geadresseerde ten overstaan van de vervoerder is vastgesteld, is geen tegenbewijs tegen het resultaat van deze vaststelling toegelaten, tenzij het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft en de geadresseerde schriftelijke voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht binnen zeven dagen, zon- en feestdagen niet inbegrepen, na deze vaststelling.
  3. Bij vertraging in de aflevering is schadevergoeding alleen verschuldigd, indien binnen een termijn van 21 dagen nadat de goederen ter beschikking van de geadresseerde zijn gesteld, een schriftelijk voorbehoud ter kennis van de vervoerder is gebracht.
  4. Bij het bepalen van de termijnen ingevolge dit artikel wordt de datum van aflevering of, al naar het geval, de datum van vaststelling of die van terbeschikkingstelling niet meegerekend.
  5. De vervoerder en de geadresseerde verlenen elkaar alle redelijke faciliteiten voor de nodige vaststellingen en onderzoekingen.

ARTIKEL 31

  1. Alle rechtsdingen, waartoe het aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, kunnen door de eiser behalve voor de gerechten van de bij dit Verdrag partij zijnde landen, bij beding tussen partijen aangewezen, worden gebracht door de gerechten van het op het grondgebied waarvan:
    1. de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten, of,
    2. de plaats van inontvangstneming der goederen of de plaats bestemd voor de aflevering der goederen, is gelegen;
    zij kunnen voor geen andere gerechten worden gebracht.
  2. Wanneer in een rechtsgeding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een vordering aanhangig is voor een volgens dat lid bevoegd gerecht, of wanneer in een zodanig geding door een bevoegd recht, of wanneer in een zodanig geding door een zodanig gerecht een uitspraak is gedaan, kan geen nieuwe vordering omtrent hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen worden ingesteld, tenzij de uitspraak van het gerecht, waarvoor de eerste vordering aanhangig is gemaakt, niet vatbaar is voor ten uitvoer legging in het land, waarin de nieuwe vordering wordt ingesteld.
  3. Wanneer in een rechtsgeding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een uitspraak, gedaan door een gerecht van een bij het Verdrag partij zijnd land, zodra de aldaar ter zake voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld. Deze formaliteiten kunnen geen hernieuwde behandeling van de zaak meebrengen.
  4. De bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn van toepassing op uitspraken op tegenspraak gewezen, op uitspraken bij verstek en op schikkingen, aangegaan ten overstaan van de rechter, maar zij zijn niet van toepassing op uitspraken die slechts bij voorraad uitvoerbaar zijn, noch op veroordelingen tot vergoeding van schaden en interessen, welke boven de kosten zijn uitgesproken tegen een eiser wegens de gehele of gedeeltelijke afwijzing van zijn vordering.
  5. Van onderdanen van bij het Verdrag partij zijnde landen, die hun woonplaats of een bedrijf hebben in een van deze landen, kan geen zekerheidstelling voor de betaling der proceskosten worden gevorderd in rechtsgedingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft.

ARTIKEL 32

  1. De rechtsvorderingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, verjaren door verloop van een jaar. In geval van opzet of van schuld, welke volgens de wet van het gerecht, waarvoor de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt, is de verjaringstermijn drie jaar. De verjaring loopt:
    1. in geval van gedeeltelijke verlies, beschadiging of vertraging, vanaf de dag, waarop de goederen zijn afgeleverd;
    2. in geval volledig verlies, vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder;
    3. in alle andere gevallen, na afloop van een termijn van drie maanden na de sluiting der vervoerovereenkomst.
  2. Een schriftelijke vordering schorst de verjaring tot de dag, waarop de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst en de daarbij gevoegde stukken terugzendt. In geval van gedeeltelijke aanvaarding van de vordering hervat de verjaring haar loop alleen voor het deel van de vordering, dat betwist blijft. Het bewijs van ontvangst van de vordering of van het antwoord en van het terugzenden der stukke rust op de partij, die dit feit inroept. Verdere, op hetzelfde onderwerp betrekking hebbende vorderingen schorsen de verjaring niet.
  3. Met inachtneming van de bepalingen voor het tweede lid, wordt de schorsing van de verjaring beheerst door de wet van het gerecht waarvoor de zaak aanhangig is. Hetzelfde geldt voor de stuiting van de verjaring.
  4. Een verjaarde vordering kan ook niet meer in de vorm van een vordering in reconventie of van een exceptie worden geldend gemaakt.

ARTIKEL 33

De vervoerovereenkomst kan een bepaling bevatten inzake het toekennen van bevoegdheid aan een scheidsgerecht, mits deze bepaling inhoudt, dat het scheidsgerecht dit Verdrag zal toepassen.

HOOFDSTUK 6

Bepalingen nopens vervoer verricht door opvolgende vervoerders

ARTIKEL 34

Indien een vervoer, onderworpen aan één enkele overeenkomst, wordt bewerkstelligd door opvolgende wegvervoerders, worden de tweede en ieder van de volgende vervoerders door inontvangstneming van de goederen en van de vrachtbrief partij bij de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief en wordt ieder van hen aansprakelijk voor de bewerkstelling van het gehele vervoer.

ARTIKEL 35

  1. De vervoerder, die de goederen van de voorafgaande vervoerder in ontvangst neemt, overhandigd hem een gedateerd en ondertekend ontvangstbewijs. Hij moet zijn naam en adres op het tweede exemplaar van de vrachtbrief vermelden. Indien daartoe aanleiding is, tekent hij op dat exemplaar alsmede op het ontvangstbewijs soortgelijke voorbehouden aan als die, bedoeld in artikel 8, tweede lid.
  2. De bepalingen van artikel 9 zijn op de betrekkingen tussen opvolgende vervoerders van toepassing.

ARTIKEL 36

Behoudens in het geval van een eis in reconventie of van een exceptie, opgeworpen in een rechtsgeding inzake een eis, welke is gebaseerd op dezelfde vervoerovereenkomst, kan de vordering tot aansprakelijkstelling voor verlies, beschadiging of vertraging slechts worden gericht tegen de eerste vervoerder, de laatste vervoerder, of de vervoerder, die het deel van het vervoer bewerkstelligde, gedurende hetwelk het feit, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging heeft veroorzaakt, zich heeft voorgedaan; de vordering kan tegelijkertijd tegen verschillenden van deze vervoerders worden ingesteld.

ARTIKEL 37

De vervoerder, die een schadevergoeding heeft betaald uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, heeft recht van verhaal voor de hoofdsom, rente en kosten tegen de vervoerders, die aan de uitvoering van de vervoerovereenkomst hebben deelgenomen, overeenkomstig de volgende bepalingen:

  1. de vervoerder, door wiens toedoen de schade is veroorzaakt, draagt de schadevergoeding alleen, onverschillig of deze door hemzelf of door een andere vervoerder is betaald;
  2. wanneer de schade is veroorzaakt door toedoen van twee of meer vervoerders, moeten ieder van hen een bedrag betalen in verhouding tot zijn deel van de aansprakelijkheid; indien begroting van de delen der aansprakelijkheid niet mogelijk is, is ieder van hen aansprakelijk in verhouding tot hem toekomende deel van de beloning voor het vervoer;
  3. indien niet kan worden vastgesteld, aan wie van de vervoerders de aansprakelijkheid moeten worden toegerekend, wordt het bedrag van de schadevergoeding verdeeld tussen alle vervoerders, in de verhouding bepaald onder b.

ARTIKEL 38

Indien een van de vervoerders insolvent is, wordt het door hem verschuldigde deel, dat hij niet heeft betaald, tussen alle andere vervoerders verdeeld in verhouding tot hun beloning.

ARTIKEL 39

  1. De vervoerder, op wie verhaal wordt uitgeoefend ingevolge de artikelen 37 en 38, is niet gerechtigd de gegrondheid van de betaling door de vervoerder, die het verhaal uitoefend, te betwisten, wanneer de schadevergoeding is vastgesteld bij rechterlijke uitspraak, mits hij behoorlijk van het rechtsgeding in kennis is gesteld en hij gelegenheid heeft gehad om daarin zich te voegen of tussen te komen.
  2. De vervoerder, die verhaal wil uitoefenen, kan zulks doen voor het bevoegde gerecht van het land, waarin een van de betrokken vervoerders zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten. Het verhaal kan in een en hetzelfde geding tegen alle betrokken vervoerders worden gericht.
  3. De bepalingen van artikel 31, derde en vierde lid, zijn van toepassing op rechtelijke uitspraken, gegeven ter zake van het verhaal ingevolge de artikelen 37 en 38.
  4. De bepalingen van artikel 32 zijn van toepassing op het verhaal tussen vervoerders. De verjaring loopt evenwel hetzij vanaf de dag van een rechterlijke einduitspraak tot vaststelling van de ingevolge de bepalingen van dit Verdrag te bepalen schade vergoeding hetzij, bij gebreke van zulk een uitspraak, vanaf de dag waarop de betaling is geschied.

ARTIKEL 40

De vervoerders kunnen onderling een van de artikelen 37 en 38 afwijkende regeling bedingen.

HOOFDSTUK 7

Nietigheid van bedingen in strijd met het Verdrag

ARTIKEL 41

  1. Behoudens de bepalingen van artikel 40 is nietig ieder beding, dat middellijk of onmiddellijk afwijkt van de bepalingen van dit Verdrag. De nietigheid van dergelijke bedingen heeft niet de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst tot gevolg.
  2. In het bijzonder is nietig ieder beding, door het welk de vervoerder zich de rechten uit de verzekering der goederen laat overdragen of ieder ander beding aan dergelijke strekking, evenals ieder beding, dat de bewijslast verplaatst.

HOOFDSTUK 8

Slotbepalingen

ARTIKEL 42

  1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening of toetreding door landen die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa en landen, die overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van deze Commissie met raadgevende stem tot de Commissie zijn toegelaten.
  2. De landen, die overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van deze Commissie aan zekere werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa kunnen deelnemen, kunnen partij bij dit Verdrag worden door toetreding na de inwerkingtreding.
  3. Het Verdrag zal voor ondertekening openstaan tot en met 31 augustus 1956. Na deze datum zal het openstaan voor toetreding.
  4. Dit Verdrag zal worden bekrachtigd.
  5. Bekrachtiging of toetreding geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

ARTIKEL 43

  1. Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag, nadat vijf landen, als bedoeld in het eerste lid van artikel 42, hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.
  2. Voor ieder land, dat het Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt, nadat vijf landen hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding door het genoemde land.

ARTIKEL 44

  1. Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een tot de Secretaris- Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
  2. De opzegging heeft rechtsgevolg twaalf maanden na de datum, waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

ARTIKEL 45

Indien na de inwerkingtreding van dit Verdrag het aantal Verdragsluitende Partijen tengevolge van opzeggingen is teruggebracht tot minder dan vijf, houdt de werking van dit Verdrag op van de datum af, waarop de laatste opzegging rechtsgevolg heeft.

ARTIKEL 46

  1. Ieder land kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding of te eniger tijd daarna, door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of een deel van de gebieden, welker internationale betrekkingen het behartigt. Het Verdrag is op het gebied of de gebieden, vermeld in de kennisgeving, van toepassing met ingang van de negentigste dag na de ontvangst van deze kennisgeving door Secretaris-Generaal of, indien het Verdrag op die datum nog niet in werking is getreden, met ingang van de dag der inwerkingtreding.
  2. Ieder land, dat overeenkomstig het vorige lid een verklaring heeft afgelegd, waardoor dit Verdrag van toepassing wordt op een gebied, welks internationale betrekkingen het behartigt, kan overeenkomstig artikel 44 het Verdrag, voor wat dat gebied betreft, opzeggen.

ARTIKEL 47

Ieder geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen betreffende de uitleg of de toepassing van dit Verdrag, dat de Partijen niet door middel van onderhandelingen of door andere middelen hebben kunnen regelen, kan op verzoek van één der betrokken Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.

ARTIKEL 48

  1. Iedere Verdragsluitende Partij kan op het tijdstip, waarop zij dit Verdrag ondertekent of bekrachtigt of ertoe toetreedt, verklaren dat zij zich niet door artikel 47 van het Verdrag gebonden acht. De andere Verdragsluitende Partij, die zulk een voorbehoud heeft gemaakt.
  2. Iedere Verdragsluitende Partij die een voorbehoud overeenkomstig het eerste lid heeft gemaakt, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een tot de Secrataris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
  3. Geen enkel ander voorbehoud ten aanzien van dit Verdrag is toegestaan.

ARTIKEL 49

  1. Nadat dit Verdrag gedurende drie jaar in werking is geweest, kan iedere Verdragsluitende Partij door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving bij de bijeenroeping verzoeken van een conferentie teneinde dit Verdrag te herzien. De Secretaris-Generaal geeft van dit verzoek kennis aan alle Verdragsluitende Partijen en roept een conferentie tot herziening bijeen, indien binnen een termijn van vier maanden na de door hem gedane kennisgeving, tenminste één vierde van de Verdragsluitende Partijen hun instemming met dit verzoek aan hem hebben medegedeeld.
  2. Indien een conferentie wordt bijeengeroepen overeenkomstig het vorige lid, stelt de Secrataris- Generaal alle Verdragsluitende Partijen daarvan in kennis en nodigt hij hen uit binnen een termijn van drie maanden voorstellen in te dienen welke zij door conferentie wensen bestudeerd te zien. De Secretaris-Generaal deelt de voorlopige agenda van de conferentie alsmede de tekst van die voorstellen tenminste drie maanden voor de openingsdatum van de conferentie aan alle Verdragsluitende Partijen mede.
  3. De Secretaris-Generaal nodigt voor iedere conferentie, bijeengeroepen overeenkomstig dit artikel, alle landen uit, die zijn bedoeld in het eerste lid van artikel 42, alsmede de landen die partij bij het Verdrag zijn geworden door toepassing van het tweede lid van artikel 42.

ARTIKEL 50

Behalve de kennisgevingen ingevolge artikel 49 geeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de in het eerste lid van artikel 42 bedoelde, alsmede aan de landen, die partij bij het Verdrag zijn geworden door toepassing van het tweede lid van artikel 42, kennis van:

  1. de bekrachtigingen en toetredingen ingevolge artikel 42,
  2. de data, waarop dit Verdrag in werking treedt overeenkomstig artikel 43,
  3. de opzeggingen ingevolge artikel 44,
  4. het overeenkomstige artikel 45 buiten werking treden van dit Verdrag,
  5. het overeenkomstig artikel 46 ontvangen kennisgevingen,
  6. de overeenkomstig het eerste en tweede lid van artikel 48 ontvangen verklaringen en kennisgevingen.

ARTIKEL 51

Na 31 augustus 1956 wordt het origineel van dit Verdrag nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan elke van de in het eerste en tweede lid van artikel 42, bedoelde landen gewaarmerkte afschriften doet toekomen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Genève, de negentiende mei negenhonderd zesenvijftig, in enkel exemplaar in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Naar boven ↑